Maandelijks archief: juli 2016

Botswana, een groot National park

Wederom verliep de grensovergang vrij soepel, omdat we voor een kleine post hadden gekozen. We waren in Botswana en ons volgende avontuur begon! Het voelde meteen wat meer Afrika. Overal ezels, koeien, geiten en kippen op de weg. Flinke potholes en dorpjes van kleine hutjes waar kindjes uit komen rennen om ons toe te zwaaien. Love it!

De eerste nacht sliepen we vlak voorbij de grens, omdat we veel tijd hadden verloren met het repareren van de koppelingskabel van de Husq, die vlak voor de grens brak. We vonden een campground bij een lodge en werden ’s nachts goed wakker gehouden door het geknor en het plonzende geluid van de nijlpaarden in de rivier waaraan onze tent stond. Welkom in Botswana waar de mensen nauw samenleven met dier en natuur.

De volgende dag lukte het ons om Maun, een van de grotere steden van Botswana, te bereiken. Hier worden allerlei mogelijkheden aangeboden, zoals vliegtuig trips, boot trips en game drive trips, de Okavango delta in. We maakten een plan om op een 3 daagse trip met een Mokoro, een lokale boot, de delta in te gaan. Vervolgens was het tijd om een plek te vinden om de Husq te laten maken. Uiteindelijk vonden we een garage die de bike kon fixen in de tijd dat wij in de delta waren. Mooi! Let’s go, de delta in!

De volgende ochtend werden we met een jeep naar de Mokoro village gebracht. Vanaf hier begon onze boottrip. We vonden een gids, Tebugo, die ons mee wilde nemen de delta in en daar gingen we dan met een vol bepakte Mokoro stroomopwaarts richting een eiland waar we 2 nachten zouden gaan bush campen.

De boottocht was super! Heerlijk rustgevend en super relaxt duwde onze gids ons met een grote lange stick stroomopwaarts. Aangekomen bij ons kamp zetten we eerst de tent op en maakten een vuur. Daarna was het tijd voor een sunset walk. Vervolgens hadden we een heerlijke braai en zaten we rondom het vuur, ook wel de ‘bushman television’ genoemd.

De volgende ochtend stonden we op voor zonsopgang om een game walk te doen. Kijken of we wat dieren kunnen spotten! Bij zonsopgang zagen we de eerste olifant, gelukkig wel op flinke afstand. We liepen zo’n 2 uur en zagen giraffen, gnoes, zebras, springbokken en olifanten. Echt super om ze lopend te kunnen zien, maar ook spannend omdat we hoorden dat in de omgeving ook 2 leeuwen waren.

Vervolgens was het tijd om een beetje te lezen, te relaxen en wat te lunchen bij ons kamp. In de namiddag gingen we op sunset Mokoro trip. Daarna weer een braai en vroeg het bedje in, zodat we de volgende ochtend weer voor zonsopgang konden opstaan. Ditmaal gingen we eerst een stukje varen met de zonsopgang en maakten we een wandeling op een ander eiland in de delta. Wederom zagen we wat game. Heerlijk om zo in de natuur te zijn. Na wat rusten in het kamp was het helaas tijd om weer terug te gaan. Gelukkig hadden we nog een mooie boottrip voor de boeg van zo’n 2 uur.

De volgende dag konden we de Husq ophalen en reden we een stuk oostwaarts. Vervolgens reden we verder naar het noorden richting Kasane. De weg van Nata naar Kasane was een lange saaie verharde weg, maar eenmaal de stad achter ons gelaten, begonnen we olifanten langs de kant van de weg te zien! Echt bizar!! En super om er zo dicht langs te kunnen rijden. Dit maakte deze weg spectaculair voor ons! Ook zagen we giraffen, kudus en springbokken, echt geweldig om vanaf je motor deze dieren te kunnen zien.

Aangekomen in Kasane hadden we een fijne kampeerplek naast 2 gepensioneerde Zuid Afrikaanse stellen. Ze vonden het geweldig dat we met de motor reisden en nodigde ons die avond uit voor wat drankjes bij het kampvuur. De volgende dag konden we met ze mee op een boot, die ze gehuurd hadden, de Chobe rivier op. Deze rivier ligt aan het Chobe National park en staat bekend om de dieren die er aan het eind van de dag gaan drinken. En dat was ook zo! Nog nooit hadden we zoveel dieren bij elkaar gezien! Veel verschillende vogels, buffels, springbokken, kudus, krokodillen, nijlpaarden en heel veel olifanten. Zelfs zagen wel olifanten de rivier over zwemmen! Dat was spectaculair om te zien. Zulke grote beesten die een rivier over zwemmen met hun pasgeborene. Dit doen de olifanten omdat ze een gevarieerd dieet nodig hebben. Aan land kunnen ze boomschors en veel groen van struiken en bomen krijgen en de eilanden in de rivier hebben veel vers gras. Beide hebben de olifanten nodig in hun dieet. Vandaar dat ze naar de eilanden proberen te zwemmen. Na dit spektakel gezien te hebben, werden we ook nog eens getrakteerd op een bizar mooie zonsondergang. En samen met de zuid afrikaners sloten we de dag af met een heerlijke braai. Wat een mooie en bijzondere dag!

 

De volgende ochtend gingen we met de auto van de Zuid Afrikaners naar Zimbabwe richting de Victoria watervallen. We besloten de motoren te laten staan, omdat Zimbabwe nogal corrupt schijnt te zijn en met name de politie, die graag boetes uitschrijft voor ieder wissewasje waar ze je ook maar op kunnen betrappen. Na ongeveer 2 uurtjes rijden kwamen we aan. De hoeveelheid water en met welke kracht deze naar beneden stort is ongelooflijk. Na flink nat gesproeid en het grootste deel van de watervallen gezien te hebben, reden we terug naar Botswana. Tijd voor een laatste braai met de Zuid Afrikaners, want die gingen de volgende dag weer verder.

De volgende ochtend stonden wij vroeg op voor een game drive in het Chobe national park. Vlak voor zonsopgang reden we het park in. Het was flink koud, want we zaten in een open jeep, maar wederom weer veel game gezien! Daarna was het tijd om zuidwaarts te rijden naar Elephant Sands, waar we nog 1 nacht samen zouden braaien met de zuid Afrikaners. Een geweldige camping naast een drinkplaats waar vanaf een uur of 3 ’s middags tientallen olifanten komen drinken.

De volgende dag namen we afscheid van de Zuid Afrikaners en gingen we richting Kubu Island. Een mooie kampeerplek midden op de Makgadikgadi pan, een groot zoutmeer, waar allemaal Baobab bomen staan. De weg er naar toe was off road en super! Onze eerste off road in Botswana en we genoten er weer vol op van. Daar aangekomen was de kampeerplek heerlijk back-to-basic en maakten we ’s avonds onze eigen braai onder een hemel vol met sterren.

De dag daarna reden we weer de off road terug en oostwaarts richting Limpopo Limpadi. Een private game reserve, waar een oud studiegenoot, Wilmie, van Bjørn woont met haar familie. We konden bij hun logeren midden in het park en ze had een super game drive voor ons geregeld waar we van vlakbij neushoorns konden zien. Super om deze grote beesten zo van dichtbij mee te kunnen maken. Ook was Wilmie een fantastische kok en liet ons zeker niet met lege magen vertrekken! Een bijzondere ervaring om bij hun te mogen logeren en wat een leven om in zo’n park te kunnen wonen!

Na 2 dagen gezelligheid en genieten bij Wilmie werd het tijd om weer richting Zuid Afrika te rijden. We konden bij de Zuid Afrikaners logeren die we ontmoet hadden in het noorden dus besloten we in een dag daarheen te rijden. Het zou een pittige dag worden van zo’n 600km met een grensovergang! We gaan het gewoon proberen! Het eerste gedeelte verliep super en we waren al snel een heel stuk onderweg. Helaas brak vlak na de lunch zo’n 100km voor de grens de koppelingskabel van de Husq weer… Ach ja toch maar doorrijden, want hij zat al in z’n 5 en we reden snelweg… waarom niet? De eerste 80km ging super en waren er niet te veel obstakels op de weg, zodat we nergens hoefden te stoppen. Maar de laatste 20km voor de grens werd het lastiger met stoplichten en besloten we 10km voor de grens bij een benzinestation de kabel te repareren. Bij ieder naderend stoplicht was ik blij dat het licht groen was, maar nu nog hopen dat hij op groen bleef. In gedachten betrap je jezelf erop dat je de hele tijd ‘groeeeennnnn’ loopt te roepen, maar op de een of andere manier werkte het! Het lukte zonder te stoppen om heel aan te komen bij het benzine station en alleen ff op het einde terug te schakelen zonder te koppelen, BAM ook weer gehaald. Nu kijken of we de kabel kunnen maken. Gelukkig hadden we het do-it-yourself dingetje bewaard waarmee de bushman bij de lodge in Namibië de kabel tijdelijk had gerepareerd. Na zo’n 15 minuten zat het dingetje erop en werkte de koppeling weer naar behoren. Op naar de grens en dan nog zo’n kleine 150km naar een van de Zuid Afrikaanse stellen, Tienes en Isolde, waar we de eerste nacht zouden blijven. Dan nog een nacht bij de anderen, Wessel en Tieki, en vervolgens richting Johannesburg om dan toch echt ons motoravontuur daar af te sluiten! Maar het reisavontuur is nog niet afgelopen… want we vliegen richting Tanzania om onszelf nog een keer goed uit te dagen door de Kilimanjaro te beklimmen!

Wat was je fijn Botswana en wat was het fantastisch om zoveel dieren te kunnen zien!


Namibië, zand, offroad en kamperen met braai!

Onze eerste grensovergang met de Afrikaanse bikes was verrassend makkelijk, ondanks het feit dat 1 van de bikes geen kentekenplaat had… Doordat we laat bij de grenspost aankwamen op een zondag, waar we met een pondje de Orange river over moesten steken, keken de grensambtenaren op hun klok en lieten ze ons zonder enige moeite door. Voor hen was het ook tijd om naar huis te gaan. Ideaal! We waren met de 3 Zuid Afrikaanse bikers, Angus, Eckehard en Jason, die we de dag ervoor hadden ontmoet, de grens overgegaan. En samen hadden we die avond onze eerste bush camp en bush braai, de eerste van velen…

Het was gezellig en we besloten om een paar dagen met hen op te trekken en door de Fish River canyon te rijden. Een super mooi stukje natuur en na de welbekende Grand Canyon de 2e grootste canyon ter wereld. We genoten van het off road rijden, wat wel weer even wennen was na al het asfalt. Daardoor was het super dat we achter de mannen aan konden rijden, omdat een van hen het gebied goed kende. We zagen een spectaculaire zonsopgang en zonsondergang bij de canyon, kampeerden samen en hadden aan het eind van de dag uiteraard weer een heerlijke braai onder het genot van een Windhoek lager.

Aan dit leven konden we wel wennen! En wat ook erg fijn was, was dat naarmate we noordelijker gingen het weer iets warmer werd. De nachten werden minder koud en overdag was de temperatuur prima te doen op de motor. Verder waren de kampeerplekken super goed geregeld. En we wisten bijna zeker dat we geen heftige regenbuien zouden krijgen in dit land, want overal was het super droog en lag er zand, zand en nog eens zand. Hallo Namibië!

Na een aantal dagen namen we afscheid van de 3 bikers, omdat wij verder naar het noorden gingen en zij weer richting Zuid Afrika. We reden via het oude onder zand bedolven diamant stadje, Kolmanskop, richting de Sossusvlei. Een vallei bekend om zijn grote rode zandduinen en bekend om de Deathvlei, een vallei van dode bomen tussen de zandduinen. Helaas mochten we met onze motoren de vallei niet in, maar bij de receptie van het park ontmoetten we Moritz, een Duitse jongen die met een 4×4 door Namibië aan het reizen was. Hij wilde ons graag een lift geven en ook 2 fietsers, Jorge en Diego, reden mee. Met z’n 5en gingen we voor zonsondergang richting Dune 45, dit scheen een van de grootste duinen te zijn, om deze te beklimmen en de zonsondergang te bekijken. ’s Avonds hadden we weer een fijne braai en daarna vroeg de tent in om de volgende morgen vroeg weg te rijden naar de duinen voor de zonsopgang. Dit maal beklommen we een andere duin, waar geen andere toeristen waren en hadden we een prachtig uitzicht over de vallei. Vervolgens door naar de Deathvlei waar we alleen konden komen via een zandweg met heel erg veel mul zand. Wat waren we blij dat we met een 4×4 waren! Wederom kregen we een adem benemend stukje natuur van Namibië te zien.

Vervolgens reden we verder naar het noorden, want het was tijd voor de motoren om een beurtje te krijgen. Dit wilden we graag in Windhoek, de hoofdstad, laten doen. Maar eerst besloten we nog naar camp Gecko te rijden, die we als tip van Kevin en Floor hadden gekregen, om daar nog even te relaxen voordat we weer naar een grote stad gingen. Zo’n 5km voor het benzine station Solitaire brak ineens de ketting van de KTM. Oeps! Dat was balen. Willemien reed door om te kijken of ze hulp kon halen bij de benzine pomp en Bjørn besloot alvast richting Solitaire te gaan lopen met de KTM. Gelukkig zat daar ook een kleine garage en was er iemand bereid om met een ‘bakkie’ de KTM op te halen en dan te kijken of hij deze kon repareren. Helaas was de ketting goed gebroken en niet meer te herstellen. We hadden erg veel mazzel dat een van de locals ook motor reed en uiteindelijk bereid was een van z’n kettingen van z’n eigen motor uit te lenen, zodat we richting Windhoek konden rijden. Hij zou een paar dagen later ook naar de hoofdstad komen voor werk en zo konden we hem de ketting weer terug geven. Wat een behulpzaamheid en wat geweldig dat de mogelijkheid er was hier in ‘the middle of nowhere’.

Die avond bereikten we goed en wel camp Gecko en we vonden het zo’n relaxte plek dat we besloten er 2 nachten te blijven voordat we naar Windhoek zouden rijden. Na deze relaxte dag waren we er helemaal klaar voor om richting de grote stad te gaan! We vonden een fijne backpackers en een goede KTM dealer waar ze de motoren een beurt gaven en het nodige maakten. Windhoek zelf had verder niet veel te bieden behalve Joe’s Beerhouse. Een super plek om game en lokale gerechten te eten en bier te drinken. Verder bezochten we een lokaal project waar ze aids kinderen van de sloppen opvangen en lesgeven. Goed om te zien dat zulke projecten er zijn en dat deze kinderen toch nog een kans krijgen.

Na een aantal dagen waren de motoren weer helemaal klaar om verder te gaan en besloten we richting Spitzkoppe te rijden waar we een mooie kampeerplek onder de sterren hemel hadden. Vervolgens reden we verder richting de kust naar Swakopmund en Walvisbaai. Hier was helaas verder niet veel te doen in deze tijd van het jaar en waren er weinig mensen te bekennen, omdat de herfst er langzaam aan kwam wat betekende veel wind en zand stormen. We besloten verder te rijden richting Hentiesbaai en daarna weer het binnenland in, waar de zandstormen gelukkig ophielden. We sliepen 2 nachten bij White Lady lodge waar ze een fijne tuin met zwembad hadden om een dagje te relaxen. Ook hadden ze een fantastisch huisdiertje, een stokstaartje! Waar we gedurende de dag vriendjes mee werden en de volgende ochtend kwam hij op bezoek bij onze tent om afscheid te nemen.

We reden richting Etosha, het national park van Namibië waar de zwarte neushoorn schijnt te zijn, maar eerst stopten we bij een Cheetah farm. Hier woont een boer met zijn gezin en in het verleden verloor hij telkens schapen en koeien, omdat die werden aangevallen door Cheetah’s. Gedurende deze jaren probeerde hij de Cheetah’s af te schieten, maar kwam er achter dat het weinig nut had. Hij bleef zijn vee verliezen en bedacht toen dat het de beste manier was om de Cheetah’s te vangen en een afgeschermd gebied te geven, waar ze op springbokken en zwijntjes kunnen jagen. Zo werden er ook een aantal Cheetah’s bij hem geboren op de boerderij en die kon hij tam maken en om het huis laten lopen. Voor ons een super ervaring om op deze manier dichtbij deze beesten te kunnen komen. En wat zijn ze prachtig!

De volgende dag werd het tijd om richting Etosha te gaan, helaas mochten we ook dit national park niet in met onze motoren. Wat opzich logisch was vanwege de wilde dieren. Uiteindelijk werd het plan om Etosha links te laten liggen en richting de Caprivi strook te rijden. Het landschap veranderde ook langzaam en de droogte werd minder en het werd gelukkig weer wat groener. Na zoveel zand gezien te hebben de afgelopen weken was het weer fijn om in een wat begroeidere omgeving te komen. Helaas begaf de Husq het zo’n 70km na Rundu, een stadje helemaal in het noorden van Namibië. Gelukkig konden we iemand aanhouden met een ‘bakkie’ die bereid was om ons terug te rijden naar de stad met de motor achterin. Helaas was er geen garage in Rundu die de motor kon repareren, wat betekende dat we 250km terug moesten rijden naar Grootfontein. Uiteindelijk konden we een local vinden die de volgende dag toch die kant op moest en ons een lift wilde geven. Als dank trakteerden we hem die ochtend op een ontbijt en 2 six packs.

In Grootfontein waren ze erg behulpzaam en hadden ze zo’n 4 uur nodig om de motor weer te repareren. Uiteindelijk had het allemaal te maken met de lucht toe en afvoer naar het motorblok en bleek het gelukkig geen ingewikkeld probleem te zijn. Diezelfde dag konden we weer terug rijden richting Rundu, zodat we de volgende dag de Caprivi zouden bereiken en vlak daarvoor de grens konden oversteken naar Botswana!


%d bloggers liken dit: