Auteursarchief: bowil2015

Botswana, een groot National park

Wederom verliep de grensovergang vrij soepel, omdat we voor een kleine post hadden gekozen. We waren in Botswana en ons volgende avontuur begon! Het voelde meteen wat meer Afrika. Overal ezels, koeien, geiten en kippen op de weg. Flinke potholes en dorpjes van kleine hutjes waar kindjes uit komen rennen om ons toe te zwaaien. Love it!

De eerste nacht sliepen we vlak voorbij de grens, omdat we veel tijd hadden verloren met het repareren van de koppelingskabel van de Husq, die vlak voor de grens brak. We vonden een campground bij een lodge en werden ’s nachts goed wakker gehouden door het geknor en het plonzende geluid van de nijlpaarden in de rivier waaraan onze tent stond. Welkom in Botswana waar de mensen nauw samenleven met dier en natuur.

De volgende dag lukte het ons om Maun, een van de grotere steden van Botswana, te bereiken. Hier worden allerlei mogelijkheden aangeboden, zoals vliegtuig trips, boot trips en game drive trips, de Okavango delta in. We maakten een plan om op een 3 daagse trip met een Mokoro, een lokale boot, de delta in te gaan. Vervolgens was het tijd om een plek te vinden om de Husq te laten maken. Uiteindelijk vonden we een garage die de bike kon fixen in de tijd dat wij in de delta waren. Mooi! Let’s go, de delta in!

De volgende ochtend werden we met een jeep naar de Mokoro village gebracht. Vanaf hier begon onze boottrip. We vonden een gids, Tebugo, die ons mee wilde nemen de delta in en daar gingen we dan met een vol bepakte Mokoro stroomopwaarts richting een eiland waar we 2 nachten zouden gaan bush campen.

De boottocht was super! Heerlijk rustgevend en super relaxt duwde onze gids ons met een grote lange stick stroomopwaarts. Aangekomen bij ons kamp zetten we eerst de tent op en maakten een vuur. Daarna was het tijd voor een sunset walk. Vervolgens hadden we een heerlijke braai en zaten we rondom het vuur, ook wel de ‘bushman television’ genoemd.

De volgende ochtend stonden we op voor zonsopgang om een game walk te doen. Kijken of we wat dieren kunnen spotten! Bij zonsopgang zagen we de eerste olifant, gelukkig wel op flinke afstand. We liepen zo’n 2 uur en zagen giraffen, gnoes, zebras, springbokken en olifanten. Echt super om ze lopend te kunnen zien, maar ook spannend omdat we hoorden dat in de omgeving ook 2 leeuwen waren.

Vervolgens was het tijd om een beetje te lezen, te relaxen en wat te lunchen bij ons kamp. In de namiddag gingen we op sunset Mokoro trip. Daarna weer een braai en vroeg het bedje in, zodat we de volgende ochtend weer voor zonsopgang konden opstaan. Ditmaal gingen we eerst een stukje varen met de zonsopgang en maakten we een wandeling op een ander eiland in de delta. Wederom zagen we wat game. Heerlijk om zo in de natuur te zijn. Na wat rusten in het kamp was het helaas tijd om weer terug te gaan. Gelukkig hadden we nog een mooie boottrip voor de boeg van zo’n 2 uur.

De volgende dag konden we de Husq ophalen en reden we een stuk oostwaarts. Vervolgens reden we verder naar het noorden richting Kasane. De weg van Nata naar Kasane was een lange saaie verharde weg, maar eenmaal de stad achter ons gelaten, begonnen we olifanten langs de kant van de weg te zien! Echt bizar!! En super om er zo dicht langs te kunnen rijden. Dit maakte deze weg spectaculair voor ons! Ook zagen we giraffen, kudus en springbokken, echt geweldig om vanaf je motor deze dieren te kunnen zien.

Aangekomen in Kasane hadden we een fijne kampeerplek naast 2 gepensioneerde Zuid Afrikaanse stellen. Ze vonden het geweldig dat we met de motor reisden en nodigde ons die avond uit voor wat drankjes bij het kampvuur. De volgende dag konden we met ze mee op een boot, die ze gehuurd hadden, de Chobe rivier op. Deze rivier ligt aan het Chobe National park en staat bekend om de dieren die er aan het eind van de dag gaan drinken. En dat was ook zo! Nog nooit hadden we zoveel dieren bij elkaar gezien! Veel verschillende vogels, buffels, springbokken, kudus, krokodillen, nijlpaarden en heel veel olifanten. Zelfs zagen wel olifanten de rivier over zwemmen! Dat was spectaculair om te zien. Zulke grote beesten die een rivier over zwemmen met hun pasgeborene. Dit doen de olifanten omdat ze een gevarieerd dieet nodig hebben. Aan land kunnen ze boomschors en veel groen van struiken en bomen krijgen en de eilanden in de rivier hebben veel vers gras. Beide hebben de olifanten nodig in hun dieet. Vandaar dat ze naar de eilanden proberen te zwemmen. Na dit spektakel gezien te hebben, werden we ook nog eens getrakteerd op een bizar mooie zonsondergang. En samen met de zuid afrikaners sloten we de dag af met een heerlijke braai. Wat een mooie en bijzondere dag!

 

De volgende ochtend gingen we met de auto van de Zuid Afrikaners naar Zimbabwe richting de Victoria watervallen. We besloten de motoren te laten staan, omdat Zimbabwe nogal corrupt schijnt te zijn en met name de politie, die graag boetes uitschrijft voor ieder wissewasje waar ze je ook maar op kunnen betrappen. Na ongeveer 2 uurtjes rijden kwamen we aan. De hoeveelheid water en met welke kracht deze naar beneden stort is ongelooflijk. Na flink nat gesproeid en het grootste deel van de watervallen gezien te hebben, reden we terug naar Botswana. Tijd voor een laatste braai met de Zuid Afrikaners, want die gingen de volgende dag weer verder.

De volgende ochtend stonden wij vroeg op voor een game drive in het Chobe national park. Vlak voor zonsopgang reden we het park in. Het was flink koud, want we zaten in een open jeep, maar wederom weer veel game gezien! Daarna was het tijd om zuidwaarts te rijden naar Elephant Sands, waar we nog 1 nacht samen zouden braaien met de zuid Afrikaners. Een geweldige camping naast een drinkplaats waar vanaf een uur of 3 ’s middags tientallen olifanten komen drinken.

De volgende dag namen we afscheid van de Zuid Afrikaners en gingen we richting Kubu Island. Een mooie kampeerplek midden op de Makgadikgadi pan, een groot zoutmeer, waar allemaal Baobab bomen staan. De weg er naar toe was off road en super! Onze eerste off road in Botswana en we genoten er weer vol op van. Daar aangekomen was de kampeerplek heerlijk back-to-basic en maakten we ’s avonds onze eigen braai onder een hemel vol met sterren.

De dag daarna reden we weer de off road terug en oostwaarts richting Limpopo Limpadi. Een private game reserve, waar een oud studiegenoot, Wilmie, van Bjørn woont met haar familie. We konden bij hun logeren midden in het park en ze had een super game drive voor ons geregeld waar we van vlakbij neushoorns konden zien. Super om deze grote beesten zo van dichtbij mee te kunnen maken. Ook was Wilmie een fantastische kok en liet ons zeker niet met lege magen vertrekken! Een bijzondere ervaring om bij hun te mogen logeren en wat een leven om in zo’n park te kunnen wonen!

Na 2 dagen gezelligheid en genieten bij Wilmie werd het tijd om weer richting Zuid Afrika te rijden. We konden bij de Zuid Afrikaners logeren die we ontmoet hadden in het noorden dus besloten we in een dag daarheen te rijden. Het zou een pittige dag worden van zo’n 600km met een grensovergang! We gaan het gewoon proberen! Het eerste gedeelte verliep super en we waren al snel een heel stuk onderweg. Helaas brak vlak na de lunch zo’n 100km voor de grens de koppelingskabel van de Husq weer… Ach ja toch maar doorrijden, want hij zat al in z’n 5 en we reden snelweg… waarom niet? De eerste 80km ging super en waren er niet te veel obstakels op de weg, zodat we nergens hoefden te stoppen. Maar de laatste 20km voor de grens werd het lastiger met stoplichten en besloten we 10km voor de grens bij een benzinestation de kabel te repareren. Bij ieder naderend stoplicht was ik blij dat het licht groen was, maar nu nog hopen dat hij op groen bleef. In gedachten betrap je jezelf erop dat je de hele tijd ‘groeeeennnnn’ loopt te roepen, maar op de een of andere manier werkte het! Het lukte zonder te stoppen om heel aan te komen bij het benzine station en alleen ff op het einde terug te schakelen zonder te koppelen, BAM ook weer gehaald. Nu kijken of we de kabel kunnen maken. Gelukkig hadden we het do-it-yourself dingetje bewaard waarmee de bushman bij de lodge in Namibië de kabel tijdelijk had gerepareerd. Na zo’n 15 minuten zat het dingetje erop en werkte de koppeling weer naar behoren. Op naar de grens en dan nog zo’n kleine 150km naar een van de Zuid Afrikaanse stellen, Tienes en Isolde, waar we de eerste nacht zouden blijven. Dan nog een nacht bij de anderen, Wessel en Tieki, en vervolgens richting Johannesburg om dan toch echt ons motoravontuur daar af te sluiten! Maar het reisavontuur is nog niet afgelopen… want we vliegen richting Tanzania om onszelf nog een keer goed uit te dagen door de Kilimanjaro te beklimmen!

Wat was je fijn Botswana en wat was het fantastisch om zoveel dieren te kunnen zien!

Advertenties

Namibië, zand, offroad en kamperen met braai!

Onze eerste grensovergang met de Afrikaanse bikes was verrassend makkelijk, ondanks het feit dat 1 van de bikes geen kentekenplaat had… Doordat we laat bij de grenspost aankwamen op een zondag, waar we met een pondje de Orange river over moesten steken, keken de grensambtenaren op hun klok en lieten ze ons zonder enige moeite door. Voor hen was het ook tijd om naar huis te gaan. Ideaal! We waren met de 3 Zuid Afrikaanse bikers, Angus, Eckehard en Jason, die we de dag ervoor hadden ontmoet, de grens overgegaan. En samen hadden we die avond onze eerste bush camp en bush braai, de eerste van velen…

Het was gezellig en we besloten om een paar dagen met hen op te trekken en door de Fish River canyon te rijden. Een super mooi stukje natuur en na de welbekende Grand Canyon de 2e grootste canyon ter wereld. We genoten van het off road rijden, wat wel weer even wennen was na al het asfalt. Daardoor was het super dat we achter de mannen aan konden rijden, omdat een van hen het gebied goed kende. We zagen een spectaculaire zonsopgang en zonsondergang bij de canyon, kampeerden samen en hadden aan het eind van de dag uiteraard weer een heerlijke braai onder het genot van een Windhoek lager.

Aan dit leven konden we wel wennen! En wat ook erg fijn was, was dat naarmate we noordelijker gingen het weer iets warmer werd. De nachten werden minder koud en overdag was de temperatuur prima te doen op de motor. Verder waren de kampeerplekken super goed geregeld. En we wisten bijna zeker dat we geen heftige regenbuien zouden krijgen in dit land, want overal was het super droog en lag er zand, zand en nog eens zand. Hallo Namibië!

Na een aantal dagen namen we afscheid van de 3 bikers, omdat wij verder naar het noorden gingen en zij weer richting Zuid Afrika. We reden via het oude onder zand bedolven diamant stadje, Kolmanskop, richting de Sossusvlei. Een vallei bekend om zijn grote rode zandduinen en bekend om de Deathvlei, een vallei van dode bomen tussen de zandduinen. Helaas mochten we met onze motoren de vallei niet in, maar bij de receptie van het park ontmoetten we Moritz, een Duitse jongen die met een 4×4 door Namibië aan het reizen was. Hij wilde ons graag een lift geven en ook 2 fietsers, Jorge en Diego, reden mee. Met z’n 5en gingen we voor zonsondergang richting Dune 45, dit scheen een van de grootste duinen te zijn, om deze te beklimmen en de zonsondergang te bekijken. ’s Avonds hadden we weer een fijne braai en daarna vroeg de tent in om de volgende morgen vroeg weg te rijden naar de duinen voor de zonsopgang. Dit maal beklommen we een andere duin, waar geen andere toeristen waren en hadden we een prachtig uitzicht over de vallei. Vervolgens door naar de Deathvlei waar we alleen konden komen via een zandweg met heel erg veel mul zand. Wat waren we blij dat we met een 4×4 waren! Wederom kregen we een adem benemend stukje natuur van Namibië te zien.

Vervolgens reden we verder naar het noorden, want het was tijd voor de motoren om een beurtje te krijgen. Dit wilden we graag in Windhoek, de hoofdstad, laten doen. Maar eerst besloten we nog naar camp Gecko te rijden, die we als tip van Kevin en Floor hadden gekregen, om daar nog even te relaxen voordat we weer naar een grote stad gingen. Zo’n 5km voor het benzine station Solitaire brak ineens de ketting van de KTM. Oeps! Dat was balen. Willemien reed door om te kijken of ze hulp kon halen bij de benzine pomp en Bjørn besloot alvast richting Solitaire te gaan lopen met de KTM. Gelukkig zat daar ook een kleine garage en was er iemand bereid om met een ‘bakkie’ de KTM op te halen en dan te kijken of hij deze kon repareren. Helaas was de ketting goed gebroken en niet meer te herstellen. We hadden erg veel mazzel dat een van de locals ook motor reed en uiteindelijk bereid was een van z’n kettingen van z’n eigen motor uit te lenen, zodat we richting Windhoek konden rijden. Hij zou een paar dagen later ook naar de hoofdstad komen voor werk en zo konden we hem de ketting weer terug geven. Wat een behulpzaamheid en wat geweldig dat de mogelijkheid er was hier in ‘the middle of nowhere’.

Die avond bereikten we goed en wel camp Gecko en we vonden het zo’n relaxte plek dat we besloten er 2 nachten te blijven voordat we naar Windhoek zouden rijden. Na deze relaxte dag waren we er helemaal klaar voor om richting de grote stad te gaan! We vonden een fijne backpackers en een goede KTM dealer waar ze de motoren een beurt gaven en het nodige maakten. Windhoek zelf had verder niet veel te bieden behalve Joe’s Beerhouse. Een super plek om game en lokale gerechten te eten en bier te drinken. Verder bezochten we een lokaal project waar ze aids kinderen van de sloppen opvangen en lesgeven. Goed om te zien dat zulke projecten er zijn en dat deze kinderen toch nog een kans krijgen.

Na een aantal dagen waren de motoren weer helemaal klaar om verder te gaan en besloten we richting Spitzkoppe te rijden waar we een mooie kampeerplek onder de sterren hemel hadden. Vervolgens reden we verder richting de kust naar Swakopmund en Walvisbaai. Hier was helaas verder niet veel te doen in deze tijd van het jaar en waren er weinig mensen te bekennen, omdat de herfst er langzaam aan kwam wat betekende veel wind en zand stormen. We besloten verder te rijden richting Hentiesbaai en daarna weer het binnenland in, waar de zandstormen gelukkig ophielden. We sliepen 2 nachten bij White Lady lodge waar ze een fijne tuin met zwembad hadden om een dagje te relaxen. Ook hadden ze een fantastisch huisdiertje, een stokstaartje! Waar we gedurende de dag vriendjes mee werden en de volgende ochtend kwam hij op bezoek bij onze tent om afscheid te nemen.

We reden richting Etosha, het national park van Namibië waar de zwarte neushoorn schijnt te zijn, maar eerst stopten we bij een Cheetah farm. Hier woont een boer met zijn gezin en in het verleden verloor hij telkens schapen en koeien, omdat die werden aangevallen door Cheetah’s. Gedurende deze jaren probeerde hij de Cheetah’s af te schieten, maar kwam er achter dat het weinig nut had. Hij bleef zijn vee verliezen en bedacht toen dat het de beste manier was om de Cheetah’s te vangen en een afgeschermd gebied te geven, waar ze op springbokken en zwijntjes kunnen jagen. Zo werden er ook een aantal Cheetah’s bij hem geboren op de boerderij en die kon hij tam maken en om het huis laten lopen. Voor ons een super ervaring om op deze manier dichtbij deze beesten te kunnen komen. En wat zijn ze prachtig!

De volgende dag werd het tijd om richting Etosha te gaan, helaas mochten we ook dit national park niet in met onze motoren. Wat opzich logisch was vanwege de wilde dieren. Uiteindelijk werd het plan om Etosha links te laten liggen en richting de Caprivi strook te rijden. Het landschap veranderde ook langzaam en de droogte werd minder en het werd gelukkig weer wat groener. Na zoveel zand gezien te hebben de afgelopen weken was het weer fijn om in een wat begroeidere omgeving te komen. Helaas begaf de Husq het zo’n 70km na Rundu, een stadje helemaal in het noorden van Namibië. Gelukkig konden we iemand aanhouden met een ‘bakkie’ die bereid was om ons terug te rijden naar de stad met de motor achterin. Helaas was er geen garage in Rundu die de motor kon repareren, wat betekende dat we 250km terug moesten rijden naar Grootfontein. Uiteindelijk konden we een local vinden die de volgende dag toch die kant op moest en ons een lift wilde geven. Als dank trakteerden we hem die ochtend op een ontbijt en 2 six packs.

In Grootfontein waren ze erg behulpzaam en hadden ze zo’n 4 uur nodig om de motor weer te repareren. Uiteindelijk had het allemaal te maken met de lucht toe en afvoer naar het motorblok en bleek het gelukkig geen ingewikkeld probleem te zijn. Diezelfde dag konden we weer terug rijden richting Rundu, zodat we de volgende dag de Caprivi zouden bereiken en vlak daarvoor de grens konden oversteken naar Botswana!


Weetjes en ons zuid afrikaanse avontuur!

Zuid Afrikaanse weetjes:

  • De apartheid (rassenscheiding) was in werking tussen 1948 en 1990 in Zuid Afrika en Namibië. Het doel van de apartheid was om de blanke dominantie te behouden. Zo mocht er bijvoorbeeld geen huwelijk gesloten worden tussen een blanke en een niet-blanke. Er werden ‘townships’ gevormd voor de niet-blanke bevolking op ‘adequate’ afstand van de blanke bevolking. En zo waren er nog heel veel meer regels.
  • 16 juni 1976 was er een flinke opstand in de wijk Soweto (bij Johannesburg) tegen het Apartheidsbewind. Soweto betekent ‘South Western Townships’. De opstanden waren door studenten, omdat de minister het Zuid Afrikaans als algemene onderwijstaal wilde invoeren. Bij de demonstratie kwamen vele scholieren om het leven. In Soweto begonnen de opstanden tegen het Apartheidsbewind als eerst en deze sloegen langzaam over op andere townships.
  • Nu wonen er ongeveer zo’n 53 miljoen mensen in Zuid Afrika, waarvan 5,4 miljoen blanke.
  • Zuid Afrika kent 11 officiële talen. Het isiZulu wordt het meest gesproken, maar het Engels en Zuid Afrikaans zal je het meest horen in toeristische gelegenheden.
  • Er zijn veel ‘kleine economietjes’ in Zuid Afrika; als je bijvoorbeeld je auto of motor ergens neerzet is er altijd wel een ‘parkeerwachter’ die erop wil passen en vraagt daarvoor zo’n 2-5 rand (10-30 eurocent) en dan is er ook altijd nog iemand die hem voor je wil poetsen in de tussen tijd dat je weg bent. Verder heb je in de supermarkt ‘de weegschaal juffrouw’ (die je groente en fruit weegt) dan natuurlijk de kassadame, maar ook ‘de inpak juffrouw’ (die je boodschappen inpakt). De meest bizarre baan vonden we ‘de vlaggen wapperaars’ (als je wegwerkzaamheden nadert staan er altijd 1 à 2 mannetjes met vlaggen te wapperen dat je langzamer moet rijden. Ongelooflijk! Bedenk je dat je de hele dag met een vlag staat te wapperen…).
  • Het gerecht pap met wors is tha bomb!
  • Het woord ‘lekker’ wordt in het Zuid Afrikaans op vele manieren gebruikt zoals in de zin van het gaat goed, het smaakt goed, iets is goed, maar ook alles is goed.
  • Braai is een bbq met hout ipv houtskool! Zeker lekker en ook super gezellig zo’n vuurtje!
  • 1 struisvogelei bevat 24 kippeneieren dus nodig de familie maar uit als je er een omelet van gaat maken!
  • Een struisvogel kan 70 km/h rennen en weegt zo’n 130-160 kg.
  • Een struisvogel legt eerst tussen de 12 a 18 eieren voordat ze deze gaat uitbroeden, het vrouwtje broed overdag, vandaar ook haar bruine kleur en het mannetje broed ’s nachts, vandaar ook zijn zwarte kleur.
  • Een struisvogel heeft een geheugen van 30 minuten, de hersenen wegen dan ook maar 15 gram.
  • Er leven nog zo’n 2,500 witte haaien in de oceanen.


Een ander land, een ander continent en wederom weer een avontuur in Zuid Afrika!

Na een lange vlucht met 1x overstap kwamen we aan in Johannesburg! Een nieuw continent, een nieuwe cultuur en toch ook een beetje Westers! De eerste indruk van de Zuid Afrikaners was goed en we hadden een fijne plek gevonden van waaruit we gemakkelijk naar onze bikes voor de trip konden zoeken. Het eerste wat we deden was zoeken op ‘Gumtree’ (een soort van marktplaats). Daar vonden we genoeg goede kandidaten, maar helaas scheen het proces van de tenaamstelling wat lastiger te zijn dan we dachten. Uiteindelijk besloten we langs motorzaken te gaan en te kijken wat ze daar voor ons konden betekenen.

Bij de eerste zaak was het meteen raak. We hadden ze, RAD Moto, via het internet gevonden en zij waren bereid ons te helpen met het vinden van de geschikte motoren en de tenaamstelling, yesss! Ze hadden een KTM 690cc en een Husqvarna 610cc, die er ‘lekker’ uitzagen voor onze trip. Jaja dat werden ze dan, onze bikes voor de aankomende 3 maanden, joepppieee! We betaalden ze en kregen alle documenten mee, die we nodig schenen te hebben om de grenzen over te kunnen steken en niet in de problemen te komen (als het goed is). Echter bleven de motoren op naam van RAD Moto staan, zodat we de 3 weken lange procedure van de tenaamstelling konden overslaan en meteen op pad konden gaan na de servicebeurt. Heerlijk om straks na 2 weken weer rond te rijden!


In de tijd dat de motoren een servicebeurt kregen werd het tijd om Johannesburg te verkennen. Eerst liepen we een middag rond in het Apartheid museum om wat meer te leren over de historie van Zuid Afrika. Het museum was helaas erg onoverzichtelijk door de hoeveelheid aan lappen text en foto’s die door elkaar hangen en waar tussen door tv schermen met schreeuwende beelden geplaatst zijn. Al met al dus lastig om het meeste op te pikken, maar het essentiële bleef hangen. Bizar om te zien wat de Apartheid in het dagelijks leven heeft betekend, en dat dit relatief zo kort geleden is ontstaan en afgeschaft. De volgende dag hadden we een fietstour door de wijk Soweto (SOuth WEst TOwnship) geboekt. Samen met een gids fietsten we door deze wijk en bezochten we het Apartheid monument en het vroegere huis van Nelson Mandela. De gids was super en we kregen een veel beter beeld van de historie van het land. Een bijzondere trip en zeker de moeite waard!

De volgende avond kwamen Willie’s ouders aan, Bart en Freeke. Zij zouden 2 weken met ons meereizen van Johannesburg naar Kaapstad. ‘Let the fun begin!’ De dag daarop haalden we een Hyundai i10 op voor ze en konden we zelf onze motoren meteen ophalen, ‘ready to go’! Diezelfde dag begonnen we aan de reis zuidwaarts en reden tot aan Clarens, een Zuid Afrikaans dorp vlakboven Lesotho. Daarna reden we richting Drakensbergen, een gebied waar je erg mooi kan hiken. Echter was de weg ernaar toe iet wat pittig voor de Hyundai en liep deze een lekke band en een vloeistof lekkage op de gravel weg op. Gelukkig was de lekke band zo weer gemaakt en scheen de vloeistof lekkage door een open dop van het koelsysteem te komen. Die dag erop besloten we een mooie hike in het gebied te maken naar ‘the sleeping beauty cave’. Een prachtige wandeling van 4 uur lopen naar een soort van grot. Onderweg kwamen we vele vogels tegen en een hele baboon kolonie. Super om die apen zo in het wild te zien. Daarna kregen we voor het eerste een Zuid Afrikaanse braai bij het guesthouse Khotso, erg ‘lekker’!

Na het actieve deel was het tijd om naar de kust te rijden om wat te gaan relaxen. Tussendoor probeerden we de Hyundai om te ruilen voor een 4×4, omdat de wegen voor deze kleine auto soms toch niet helemaal geschikt leken. Helaas lukte het niet en besloten we verder te rijden op de iets minder lastige wegen. Van de eigenaar van Khotso kregen we een tip om te verblijven bij het guesthouse de Kraal in Mpande. De weg ernaartoe scheen goed te zijn zei hij. Voor de bikes was het idd goed te doen, maar het was wederom een flink lastige weg voor de Hyundai. Daar eenmaal aangekomen, kwamen we op een super plek in de middle of nowhere aan de wildcoast waar we een dag heerlijk konden relaxen aan het strand. Jaja inclusief koeien op het strand! Ook hier kregen we ’s avonds weer een heerlijke braai en dit keer met ‘seafood’.

We waren heerlijk bijgekomen en de volgende dag reden we verder langs de wild coast richting Chitsna. Dit keer was de Hyundai heel gebleven van de wilde tocht en konden we de auto toch wel bekronen als geschikt voor 4×4 wegen. Chitsna was onze laatste stop aan de kust voordat het tijd werd voor het spotten van Afrikaanse wildlife. Vlakbij Chitsna ligt het Addo National Park waar je veel verschillende soorten dieren hebt. We besloten daar 2 nachtjes te blijven en door het park te rijden. Het was super om vlak na zonsopgang het park in te gaan en dieren te zien drinken bij de drinkplaats. Kuddu’s, springbokken, zebra’s, olifanten, zwijnen, leeuwen, jakhalzen en buffels kwamen we allen tegen. Geweldig om deze dieren van zo dichtbij te kunnen zien!

Na het spotten van wildlife reden we via een deel van de garden route, Plettenberg baai en Knysna, naar Oudtshoorn voor een ritje op een struisvogel. Jaja je leest het goed! Een hele ervaring om op zo’n grote vogel te mogen zitten. En te bedenken dat vroeger de bosjesmannen (misschien sommige nu nog steeds) zich hierop verplaatsten en zo op hun bestemming kwamen. Hierna werd het tijd om wat heerlijke zuid Afrikaanse wijnen te proeven en reden we naar Franschhoek. Er scheen een wijntram/bus rond te rijden, die je naar 4 wineries naar keuze kon brengen. Wat een super optie en zo hoefden geen van ons te rijden. Een heerlijke dag met verschillende wijnproeverijen en sommige ook in combinatie met spijs!

De laatste plek van onze tocht samen was Kaapstad. Een bijzondere stad om in te rijden, waar je eerst langs de sloppenwijken komt en vervolgens de imposante tafelberg en lions head ziet. Met de fijne wijken als Gardens en Bokaap langs de bergen en de wijk de Waterkant bij de haven waar genoeg lekkere vis kan worden gegeten. Ook wel een gek gevoel van tegenstellingen bij het zien van de huisjes uit golfplaten bij binnenkomst van de stad en de grotere huizen met hek eromheen en schattige gekleurde huisjes meer in het centrum van de stad. Al met al was Kaapstad een heerlijke stad om te zijn. We waren er een aantal dagen, zodat we naar Kaap de goede Hoop konden rijden, de Lions head konden beklimmen en lekker konden rondlopen door de verschillende wijken. Ook bleek er een achternicht, Anette, van Bart te wonen en werden we door haar uitgenodigd voor een heerlijke braai. Jaja dat vinden de meeste Zuid Afrikanen mooi en gezellig om met elkaar te doen en dat is het ook zeker. De kinderen, Alexander, Nick en Cara, waren er ook en van onze leeftijd. Het was een gezellig ‘familie’ diner en leuk om hen te ontmoeten.

Helaas kwam het einde inzicht voor de ouders, maar dat kon natuurlijk niet zomaar voorbijgaan zonder met elkaar de reis samen af te sluiten met een fijn diner. Hiervoor reden we terug naar Franschhoek waar ’the Tasting Room’ zit, een super restaurant, waar we de reis heerlijk met elkaar konden afsluiten onder het genot van wijn en een 8 gangen fine dining menu. De volgende dag werd het tijd om afscheid van elkaar te nemen en vlogen Bart en Freeke weer terug naar Amsterdam. Het waren 2 geweldige weken samen in een bijzonder land. Van Zuid Afrika konden we nu wel zeggen dat het erg divers is en er veel te doen is.

Voor ons ging de reis in dit fijne land nog even verder. We moesten eerst een optie vinden om de spullen weer mee te kunnen nemen, want onze backup auto was nu verdwenen… Gelukkig waren er genoeg motor zaken in Kaapstad en vonden we voor de KTM 2 goede zijtassen. Op de Husq konden we de backpack binden die we mee hadden dus dat was allemaal zo geregeld. Verder gingen we nog een dag met Alex, Nick en Cara naar het West Coast national park waar we een mooie wandeling maakten over het strand en ’s middags een heerlijke braai hadden. Voordat we naar het noorden gingen rijden om Namibië in te gaan, konden we het niet aan ons voorbij laten gaan om een van de big 7 te gaan bekijken. Bij Gansbaai is er de mogelijkheid om met witte haaien te duiken. ‘So let’s go’!

Die ochtend voeren we vroeg uit met nog 7 andere toeristen om deze indrukwekkende beesten te gaan bekijken. Na een uur wachten hadden we mazzel en waren er uiteindelijk 3 witte haaien die om de boot cirkelden. Wat een prachtige beesten en wat een kracht hebben ze in hun lijf. We kregen de mogelijkheid om het water in te gaan en ze onderwater vanuit een kooi te bekijken. Het water was wel ijskoud, 11 graden, maar het was zeker de moeite waard om er even in te gaan en die beesten langs te zien zwemmen. Gierend van de adrenaline kwamen we weer het water uit om op te warmen in de zon. Wat een ervaring!

Die middag reden we door naar Hermanus, een fijn stadje aan de kust, om nog even te relaxen voordat we aan de tocht noordwaarts gingen beginnen. De volgende dag reden we langs Kaapstad richting het noorden naar Vredenburg waar we Nick ontmoetten. Een Zuid Afrikaan die ook motorrijder is en ons veel wist te vertellen over de weg naar en in Namibië. Ook kregen we van hem Tracks4Africa op onze GPS, een fijn navigatie programma die we in heel Afrika kunnen gebruiken. Helemaal up to date over de routes en wegen reden we via de kust door naar Cederberg. Hier sliepen we in een caravan op een ‘wine farm’. Jaja voor beiden de eerste nacht in een caravan, eens moet de eerste keer zijn en een leuke ervaring voor één keer! Vervolgens reden we verder door naar het noorden naar Springbok. Een stadje waar we nog even wat boodschappen konden halen voordat we de grens over gingen en gingen kamperen in de middle of nowhere. Bij de supermarkt ontmoetten we nog 3 andere Zuid Afrikaanse motorrijders, Angus, Eckehard en Jason, die ook hadden besloten om de volgende dag naar de zelfde grenspost te rijden. We spraken af om met elkaar de volgende avond een biertje te drinken op de campground, gezellig!

De weg naar de grenspost was eerst 200km op verharde weg en daarna nog 100km op gravel. Een super omgeving wat al aardig op woestijn begon te lijken. We reden langs een aantal kleine stadjes, waarvan 1 een mijnstadje was waar naar diamanten wordt gedolven. Vanaf dat stadje volgden we de Oranjerivier naar de grenspost. Hier aangekomen hadden we mazzel, want ze gaven ons nog de mogelijkheid om Namibië in te gaan. Ook kwamen de 3 Zuid-Afrikaners net aanrijden en met elkaar konden we nog net de ferry over het water pakken naar Namibië. Echter had de KTM nog steeds geen nummerplaat en hadden we alleen tijdelijke registratie papieren. Eens kijken wat ze bij de grens van Namibië daarvan zeggen? Zullen ze ons het land in laten?


Via Tasmanië naar ons doel van de reis, Sydney!

Van het ‘vaste eiland’ gingen we met de ‘night ferry’, Spirit of Tasmanië, naar een van de eilanden aan het einde van de wereld, Tasmanië. De haven waar we vroeg in de morgen aankwamen was van de stad Devonport. Het plan was om naar Launceston te rijden waar we de eerste dagen konden blijven bij Carl en zijn gezin, die we hadden ontmoet in Cappadocië, Turkije. Wederom heerlijk om een bed te hebben en Carl, die saxofonist is, nam ons mee naar een blusfestival waar hij gedurende de dag optrad met zijn band. ’s Avonds trad hij op in een lokale pub met een andere band, een leuke ervaring om hem zo te zien spelen.

Na het weekend waren we er klaar voor om Tasmanië te gaan verkennen en weer een aantal nachten te gaan kamperen. Onze eerste stop werd Freycinet National park. Een national park dat bekend staat om zijn witte stranden, mooie baaien (Wineglass bay) en beboste begroeiing. Daar tegen het eind van de middag aangekomen vonden we een mooie kampeerplek gelegen aan het eind van een heftige 4km dirt road. Maar het was zeker de moeite waard! 1 andere 4WD die met ons het kampeerterrein deelden en verder wallabies (kleine kangoeroes), possums, wombats, veel vogels en waarschijnlijk een paar Tasmaanse duivels. Heerlijk om weer wakker te worden in een tent tijdens zonsopgang met allerlei dieren rondom de tent. Daarna weer op pad en na een mooie wandeling in het national park vervolgden we onze weg naar het Tasman Peninsula.

De Tasman peninsula staat bekend om de plek waar alle gevangenen in 1833 werden gedropt in de gevangenis van Port Arthur. Ook vonden we op het schiereiland een gin/wishkey distilleerderij en de Unzoo. Een plek waar ze proberen dieren in een vrijere omgeving te laten leven dan een dierentuin. Dit is de plek waar we ook de Tasmaanse duivels zagen en wat dichterbij kangoeroes konden komen. Vervolgens reden we via de hoofdstad, Hobart, helemaal door naar een eiland gelegen in het zuiden, Bruny Island. Waar we aankwamen toen het paasweekend begon. Gelukkig viel het op goede vrijdag nog mee hoeveel mensen er op het eiland waren en zo vonden we een mooie kampeerplek, die we alleen konden bereiken door 3km over het strand te rijden. Samen met een aantal andere Tasmaanse gezinnen deelden we de kampeergrond vlakbij de zee. Zo ontmoeten we Alan, Kathrina en hun kinderen, die naast ons stonden en het hele weekend er zouden genieten van de natuur, het vissen en het surfen. De dag dat we aankwamen hadden ze een lokale vis, flathead, gevangen die ze heerlijk hadden klaar gemaakt en met ons deelden. De volgende ochtend voor ons vertrek kregen we nog paaseitjes en tekeningen van hun kinderen. En toen konden we natuurlijk niet weg voordat zij een rondje achterop hadden gezeten, wat ze geweldig vonden!

Na al deze mooie plekken aan de oostkust van Tasmanië werd het tijd om een stukje van de westkust te zien. Voorlopig hadden we het heerlijk droog gehouden met mooie zonnige dagen, maar de westkust staat bekend om zijn regenachtiger klimaat dus we waren benieuwd! Onze eerste stop werd Mt. Fields, nadat we eerst genoten hadden van heerlijke kaas bij een kaasboerderij en heerlijke biertjes bij een lokale brouwerij. Bij Mt. Fields vonden we weer een fijne kampeerplek, maar we waren niet de enigen! ’s Avonds vonden we een grote boomstronk waar we op konden koken en om ons heen scharrelden 3 wallabies in afwachting of ze een hapje mee konden eten.

De volgende dag reden we via een mijnwerkers stadje, Queenstown, verder door naar het westen naar Strahan. Daar vonden we een mooie kampeerplek in de zandduinen, waar jongeren tijdens het paasweekend heerlijk aan het crossen waren met hun crossmotors en quads. Helaas was deze middag de F800 ermee opgehouden, maar we hadden de kampeerplek bereikt dus dat was fijn. ’s Avonds kregen we hulp van jongens die vlakbij kampeerden en zo kwamen we erachter dat de accu van de F800 helemaal leeg was!

De helden van de avond!

De helden van de avond!

De volgende ochtend kwamen de jongens ons weer helpen en hadden ze zelfs startkabels voor ons gekocht, zodat we weer de weg op kwamen. Na anderhalf uur en hulp van verschillende mensen kregen we de motor uiteindelijk op de verharde weg. Helaas bleek de accu echt helemaal overleden te zijn en zat er niks anders op om een monteur te vinden, die op paaszondag open was. Wederom hadden we mazzel en was er in Strahan een garage open, die de accu voor ons kon doorladen. Na 2 uur opladen bleef de accu nog steeds zo dood als een pier en was het tijd om afscheid van de accu te nemen. Gelukkig hadden ze in de garage een zelfde nieuwe accu liggen en nadat deze gemonteerd was, reed de F800 weer als een zonnetje. Dit geintje had ons wel de hele dag gekost en na 6 nachten kamperen waren we wel toe aan een bed en een fijne douche dus besloten we die nacht in Strahan backpackers te slapen.

De volgende ochtend waren we weer helemaal fris en konden we er weer tegen aan. Helaas kreeg de Sertao die ochtend kuren en wilde niet meer starten. Blijkbaar hadden onze beestjes wat meer liefde nodig. Mazzel dat we weer hadden, stopten er voor de koffietent waar de Sertao ermee was opgehouden een elektricien, die bereid was om ons te helpen. Uiteindelijk bleek de pluspool niet goed aangesloten te zijn op de accu dus waren we gelukkig snel weer op pad en blij dat het iets simpels was. Ongelooflijk hoe behulpzaam iedereen deze dagen weer was, we love it!

20160328_112111

Politie station Strahan

We vervolgden onze weg naar het noorden richting Stanley waar we nog een mooie kampeernacht hadden voordat we weer terug naar Carl gingen. Hij had namelijk samen met zijn zoon Christian een dag canyoning geboekt voor ons bij Cradle Mountain. Een flinke workout van 6 uur, waarbij we gingen abseilen, van watervallen afsprongen en door spleten gleden. Koud maar super gaaf! En na al het actieve was het heerlijk om een paar dagen bij te komen in een Australisch shack op het strand waar we samen met Carl en zijn andere zoon Luca heen gingen. Met 3 mannen een weekend op pad kwamen ze op het idee om een ‘national chicken wing day’ te organiseren, yeah why not?! Dus dat werd 1 dag de hele dag chicken wings eten, zo’n 3kg ging er doorheen! Heerlijk uitgerust en na nog een dag in Launceston met Carl, Elissa en Luca waren we klaar voor onze laatste kilometers op het ‘vaste eiland’.

Dit maal kwamen we ’s avonds aan in Melbourne met de ferry en konden we die nacht bij Greg en Kerrie slapen. Super om hun weer te zien en over onze Tasmanië ervaringen te vertellen. De volgende dag gingen we samen met Kerrie naar een echte Australische cattle farm van haar ouders waar we nog een nachtje konden blijven en haar broer Mike ontmoette, die een Aussie bbq voor ons maakten. Super yummie!

De volgende dag op naar Jindabyne via de Snowy mountains waar we Luke en Daniel nog even zouden zien met wie we de motoren van KL naar Perth hadden verscheept. Het was leuk om hun familie te ontmoeten en hun thuis te zien. We verbleven bij de moeder van Luke ook op een cattle farm en ze nam ons overdag mee het land op naar haar Angus koeien. Verder nam Luke ons mee naar Mt Kosciuszko, de hoogste berg in Australië en hadden we ’s avonds met Daniel een Aussie pub dinner, een lekkere chicken Parmi! Hierna werd het tijd voor onze laatste stop voordat we Sydney zouden bereiken en dat was onze stop in de Blue mountains. Het mooie natuurgebied ten westen van Sydney waar we een nachtje bleven en daarna de stad in konden rijden op naar het Opera House, het doel van onze reis!

We’ve made it!! 48.000km in totaal op de beamers en vietnamese bikes hebben we de afgelopen 10 maanden afgelegd. Wat een geweldig gevoel! Nu hadden we nog een week in Sydney om te regelen dat onze beamers weer terug op de boot naar huis gingen en we nog wat bezienswaardigheden konden zien in Sydney. Het heerlijke was dat we bij Kirsten en Cameron konden slapen en met hun ‘s avonds en in het weekend leuke dingen konden doen. Het was een gekke week waarin we afscheid moesten nemen van onze motoren, die ons trouw met niet teveel problemen naar de andere kant van de wereld hebben gereden. Maar ook een super week waarin we veel leuke dingen hebben gedaan, zoals met Kirsten en Cameron naar Watsons bay, Bondi en Coogee beach, the Rocks en een lokale bierbrouwerij. Ook hadden we Damion, een vriend van Bjorn, nog ontmoet voor zijn verjaardag wat super leuk was! En als hoogtepunt hebben we samen the Harbour Bridge beklommen!

Verder was er nog een dubbel gevoel…. we zouden naar huis gaan! Of toch nog niet? Nee, nog heel even dan… Maar, waarheen nu onze motoren de boot opgaan naar huis? Het plan is Afrika geworden! Het laatste continent waar we nog geen motor hebben gereden in de afgelopen 4 jaar dat we samen zijn. We vliegen naar Johannesburg en gaan kijken of we daar 2 oude motortjes op de kop kunnen tikken, zodat we in de aankomende 3 maanden het zuiden van Afrika kunnen verkennen. Zuid-Afrika, Namibië, Botswana, Zimbabwe en Mozambique hopen we onze volgende avonturen te beleven…


Australie, gastvrij, gereguleerd en no worries…

Na bijna een half jaar de verschillende culturen, gewoonten en prijzen van Azië is het een grote stap om weer over te schakelen naar een Westerse manier van doen en laten. Het begint al met het verkeer en de regelgeving omtrent voertuigen en wegen. Sinds het verlaten van Europa waren we vrij eenvoudig alle grenzen overgekomen en hadden we nergens moeite hoeven doen om onze motoren legaal de weg op te krijgen. Zo niet in Australië. Nadat we de import procedure hadden afgehandeld bij customs, onze Carnets de Passage laten afstempelen en de bikes hadden laten checken op aanwezigheid van vuil en organismen dachten we weer op pad te kunnen. Dit had alles bij elkaar een week in beslag genomen en we waren er ook wel aan toe om weer op te stappen en Australië te gaan verkennen. Maar helaas, zo werden we door onze Australische reisbuddies Daniel en Luke geïnformeerd, de motoren moesten nog door de Australische RDW worden gekeurd op ‘road worthiness’, zeg maar een soort van APK, voordat we de verplichte WA verzekering zouden kunnen afsluiten. Een procedure die weer gepaard zou gaan met het nodige aan papierwerk en bovendien ruim 250 Australische Dollar zou gaan kosten. Met onze Aziatische mentaliteit nog in ons achterhoofd overwogen we uiteraard om dit gewoon maar niet te doen en te gaan rijden, totdat we erachter kwamen dat de boetes voor het rijden met een ongeregistreerd voertuig op konden lopen tot AUD 1800,- per voertuig. Een totaal van een slordige EUR 2400,- zou toch een iets te groot gat in onze begroting slaan en dus nog maar een weekend in Perth blijven totdat we maandag onze bikes konden laten keuren en daarna bij het ‘Department of Transport’ de nodige formulieren te krijgen om legaal op pad te gaan. Gelukkig werd onze eerste week Australië zonder bikes een stuk aangenamer doordat we bij de familie Bombara waren uitgenodigd om in hun huis te blijven en hier lekker mee te draaien of het nooit anders was geweest. Ook werden we door Scott en en zijn vrouw Tanya, een vriend van een biker uit Maleisië, meegenomen het water op in hun boot en met de 4×4 door de zandduinen crossen. Een goeie eerste indruk van de Australische gastvrijheid en behulpzaamheid die later tekenend bleek te zijn voor de Aussie mentaliteit.

Na 9 dagen waren we dan eindelijk ‘good to go’ en konden we onze bikes weer starten om op pad te gaan. De eerste nacht weer kamperen voelde als een bevrijding en het was heerlijk om na ruim 3 maanden hotels en hostels weer de tent op te zetten en op 1 pitje onze maaltijd klaar te maken. En heerlijk dat de Australische supermarkten goeie steaks hebben die, in vergelijking met de rest van het levensonderhoud, erg betaalbaar zijn. Elke avond steak!! 🙂 Ook gezellig om ergens aan de rand van een meertje te staan en tijdens de afwas te worden vergezeld door een paar kangoeroes die nieuwsgierig polshoogte komen nemen. Dit buitenleven in Australië, dat was makkelijk wennen.

Het plan was om de eerste week op de weg vanuit Perth het zuid westen te gaan verkennen en daarna vanuit Esperance weer met Daniel en Luke op te rijden om de grote oversteek van Western Australia via South Australia naar Adalaide te maken. Zo’n 1400km asfalt langs de zuidkust genaamd de Nullabor en bij Australiërs berucht vanwege de mogelijke hitte, de harde wind en de lange stukken weg zonder enig teken van leven met uitzondering van de roadhouses die elke 200 – 300km langs de weg te vinden zijn.

Maar eerst een weekje lekker rustig samen door het zuidwesten touren met alle goeie wegen, mooie uitzichten, uitgestrekte wijngaarden en goedverzorgde campspots. Heerlijk om weer samen op pad te zijn nadat we 3 weken niet hadden gereden, maar na een dag of 5 kamperen was het erg lekker dat we op het strand van Albany werden aangesproken door een Australisch stel, beide ook bikers, die ons binnen 2 minuten een slaapplaats bij hen thuis aanboden. Wederom de Australische gastvrijheid, in combinatie met de ‘bikers bond’ die erin resulteerde dat we 2 nachten een bed hadden, ’s avonds gezellig mee konden eten en overdag door Ivan een rondleiding door de omgeving kregen. Nice!

20160223_101545

Ivan en Bjorn

De eerste week op pad in Australië was lekker geweest maar wel erg makkelijk en gestructureerd. Tijd voor wat hardcore outback dirt road riding! Voor de Nullabor is een gebied tussen Esperance en Balladonia waar het erg afgelegen is en wordt gekenmerkt door een aantal verlaten antieke boerderijen die door vrijwilligers zijn opgeknapt en voorzien van meubilair waardoor het voor reizigers zoals wij mogelijk is om daar de nacht door te brengen. Erg grappig om aan te komen rijden en op onderzoek uit te gaan hoe het huis eruit ziet, wat erin staat en waar je ’s avonds je potje kan koken en je bedje neerleggen. Spannend ook omdat we net na aankomst erachter kwamen dat we niet helemaal de enigen waren door de aanwezigheid van een bruine slang, een van de meest giftige en tevens dodelijke van Australië, dat was oppassen dus! De 200km dirtroad tot Balladonia bleek in betere staat te zijn dan verwacht en binnen afzienbare tijd hadden we de smaak goed te pakken en wisten we de kuilen en gaten met een snelheid van zo’n 70km/h te ontwijken en bereikten we de snelweg die het begin van de Nullabor betekent. Even bijtanken en weer verder, althans, dat was als Bjorn zijn kentekenplaat niet was verloren, iets wat niet echt handig is als je je met je motor aan de andere kant van de wereld bevindt. Dus snel weer terug de dirt road op om na 1,5 uur en 30km slakkengang de nummerplaat in goeie conditie op de weg te zien liggen. Na ook weer 30km terug te rijden en wederom de benzine bij te vullen kon de oversteek beginnen!

En de Nullabor deed zijn reputatie eer aan, die hierdoor ook wel de bijnaam Nulla-boring had. Honderden kilometers asfalt, 140km zonder ook maar 1 lichte buiging, uberhaubt geen bocht van meer dan 30 graden en zo afgelegen dat je soms uren geen ander voertuig tegenkomt. Hierom is het ook dat sommige stukken weg zijn voorzien van gekapte bermen waardoor het mogelijk gebruikt kan worden als landingsbaan voor vliegtuigen in geval van nood. De sporadische bewoning die er te vinden is zijn veredelde benzinestations, soms met camping en/of motel kamers en veel te dure benzine en maaltijden. Al met al een interessante ervaring, leuk om gedaan te hebben en niet nog een keer te doen.

Maar de beloning na de grote oversteek was ernaar, te beginnen in Fowlers Bay waar weer normale supermarkten en tankstations waren zodat de steaks weer op de grill konden, vergezeld van een goed glas rode wijn. Na een mooie avond in Streaky Bay met de boys was het tijd om afscheid te nemen aangezien hun reis van Engeland naar Australië zijn einde begon te naderen en zij het tempo op wilde voeren om snel weer thuis te zijn. Voor ons tijd om het tempo weer iets te verlagen en onze reis in de richting van Flinders Range voort te zetten. Eenmaal daar aangekomen was het voornemen om 2 dagen lekker rustig door het national park te gaan rijden en vooral niet te haasten. Aangezien de zon goed zijn werk deed en het midden op de dag wel zo’n 40 graden was moesten we onszelf een beetje verkoeling gunnen, en waar doe je dat beter dan in een zwembad? Daar werd al snel duidelijk dat ons plan om rustig aan te doen niet door zou gaan toen we Greg en Kerrie ontmoetten. Een stel bikers van begin 60 dat jaarlijks op hun oldtimer BSA door Europa toert en nu met hun zelfgebouwde vliegtuig net in Flinders Range aan was gekomen vanuit Lake Gairdner. Met groot enthousiasme vertelden ze over de Speedweek waar zet net vandaan kwamen, een race evenement waarbij een 100-tal deelnemers probeert in hun zelf gebouwde of aangepaste auto of motor een snelheidsrecord te zetten. En dit niet op het asfalt maar op de opgedroogde zoutvlakte van het meer waar ze 10 mijl de ruimte hebben om van nul naar de top te accelereren om vervolgens weer tot stilstand te komen.

Ondanks ons goeie voornemen van rust dus toch vroeg weer uit de veren om eerst Flinders Range te bekijken en vervolgens om 2 uur ’s middags de tocht naar Lake Gairdner te beginnen die met 2,5uur asfalt en 3,5uur dirtroad iets verder bleek dan gehoopt. Net voor het donker kwamen we uiteindelijk aan en meteen raakten we in gesprek met verschillende teams die elk hun eigen verhaal hadden over de auto’s, motoren, snelheden en andere mooie dingen die ze graag met ons wilden delen. Een goed begin. De volgende ochtend vroeg uit de veren om de eeste race te zien, maar hiervoor moesten we wederom een uur door het mulle zand rijden, een zware opgave zo op de vroege ochtend maar wat een mooi gezicht om dan eindelijk aan te komen rijden op de zoutvlakte waar tientallen teams bezig zijn hun voertuig te prepareren en vervolgens naar de start te gaan om een nieuwe poging te wagen duizelingwekkende snelheden te behalen. En met succes want het snelheidsrecord werd gezet op ruim 420km/h! Vroeeeeeeem!

Daarna snel weer opgestapt om alle dirtroads weer te trotseren en terug te gaan naar de bewoonde wereld. Iets wat terug een stuk sneller ging en einde van de middag zaten we op een rustige kampeerplek tussen de kangoeroe’s heerlijk een steak te bakken en werden we door een andere reizigers getrakteerd op een vers gevangen krab. Super Yummie! Maar de volgende ochtend bleek dat we de onverharde wegen iets te enthousiast hadden genomen en dat de bike van Bjorn voor het eerst tijdens de reis een lekker band had. Helaas op zondag geen shop te vinden die dit kon maken, dus de 300km etappe naar Adelaide afgelegd met 6 pitstops om de band weer op te pompen bij een willekeurig benzinestation. Rijden met handicap, maar nadat we die week de 40.000KM hadden volgemaakt en dus feitelijk al 1 keer de wereld rond waren gereden wast dat een koud kunstje.

In Adelaide was het tijd om weer op te laden. 2 nachten in een lekker hostel, ’s avonds lekker aan de pints, de chicken parmigiano en steak pie en overdag door de stad slenteren. Heerlijk voor de verandering. De voorband was de volgende ochtend zo vervangen en het was tijd om de Great Ocean Road te gaan rijden. Een bijzonder stuk natuur langs de kust van Victoria tussen Adelaide en Melbourne, gekenmerkt door de steile rotspartijen en door de wind en water verweerde rotspartijen. Heerlijk bochtige wegen wat op de motor een verademing is, met oneindig veel uitzichtpunten die elk weer een bizar mooi beeld van deze kustlijn geven.

Na 6 weken Australië waren de lange afstanden afgelegd en was Melbourne bereikt, angstvallig dicht bij Sydney wat alweer het einde van Downunder betekent. Maar niet nadat we eerst lekker in Melbourne een paar dagen bij konden komen bij onze Australische vrienden die we in Flinders Range hadden leren kennen. En niet alleen bijkomen, want Greg had zijn vliegtuig niet voor niks gebouwd en vond dat hij ons niet kon laten gaan zonder met ons een vlucht te hebben gemaakt.

Al met al een super lekkere eerste 6 weken Australie, niet in de laatste plaats door de gastvrije Aussie mentality. No Worries…


%d bloggers liken dit: