Auteursarchief: bowil2015

Liefde voor de motoren

Kazachstan, een flink groot land, maar we waren alleen van plan om in en rondom Almaty, een stad in het zuidoosten, te blijven voor een grote beurt voor de motoren. Ze waren ons tot dan al zoveel kilometers trouw gebleven dus het werd tijd om ze wat extra liefde te geven. Nieuwe bandjes, olie, remblokjes en wat extra onderhoud. Almaty bleek, hadden we op een aantal motorrijders blogs gelezen, de plek te zijn waar een goede motorzaak was, MCC Motors.

Vanaf de grens van Kirgizië was het ongeveer 300 kilometer rijden op goede wegen. Verder qua landschap een stuk minder interessant, althans het deel wat we gezien hebben, maar de stad Almaty is groot en modern. Een stad rijk van de Kazachstaanse olie, en dat is goed te zien. Wat een verzameling dikke bakken bij elkaar. Oneindig veel Range Rovers, Lexus en Mercedes G-wagons (AMG) bij elkaar! Bizar om te zien en wat een groot contrast met Kirgizië.
Aangekomen in de stad zochten we een fijn hostel en de volgende dag zouden we met de motoren langs de zaak gaan om te kijken hoeveel dagen ze nodig hadden. Dat werden er uiteindelijk 5, eerst lieten we de Sertao achter zodat ze deze geheel onder handen konden nemen en wij op de F800 de stad konden verkennen. Sushi, lekkere koffie, goede Russische maaltijden en lekker bier. Een stad heeft toch iets meer te bieden en dat is toch wel fijn na al het kamperen.
Het leuke van een motorgarage is dat je altijd andere motorrijders ontmoet en als je mazzel hebt ook andere overlanders ontmoet. Toen we bij MCC waren om alles te regelen, kwam Tim aanrijden, uit Santa Fé, Amerika. We raakten al snel aan de praat en hij boekte ook een kamer bij ons in het hostel, zodat we de aankomende week met elkaar konden relaxen in de stad en verhalen van onze reizen konden uitwisselen, terwijl onze motoren onder handen werden genomen. Hij had zijn motor van Amerika naar Vladivostok, Rusland, verscheept en was via Mongolië naar Kazachstan gereden. Hij kende via via een leuk restaurant waarvan de eigenaar ook motor reed. Dus besloten we daar een hapje te gaan eten nadat we alles geregeld hadden bij MCC en het hostel.
20150825_205957
Als je onderweg bent hoor je veel namen en met name de namen van de locals zijn vaak lastig te onthouden. Zo ook de naam van de eigenaar van het restaurant. Op zo’n moment verzinnen we namen om te weten over wie we het hebben. Zo werd de eigenaar tot Elvis bekroond, niet omdat hij hetzelfde haar heeft, want hij was kaal, maar gewoon omdat dit het eerste in ons opkwam. Elvis kwam meteen bij ons aan tafel zitten en wij bestelden eten en een goed glas bier. Terwijl we op het eten zaten te wachten begon Elvis te vertellen en vroegen wij hem naar het voormalige Sovjet. Hij had gediend in het rode leger en wist ons veel te vertellen vanuit zijn visie. Erg interessant om met iemand te praten die voor de Sovjet heeft gevochten en volledig gelooft heeft en nu nog steeds lijkt te geloven in het welzijn van het communisme. Zo vertelde hij dat hij in Afghanistan heeft gezeten en niet snapten dat de Afghanen niet blij waren met de komst van de Russen en alle scholen en ziekenhuizen die ze bouwden, maar vergat daarbij wel te vertellen dat ze de bevolking dwongen communistisch te zijn en onder dat schrikbewind te leven. Na een goed gesprek en een lekkere maaltijd was het tijd om wat van de stad te zien.
De parken, de green market, de fijne koffie- en eettentjes daar konden we ons de aankomende dagen mee vermaken. Het was fijn om even op een plek te zijn en te relaxen! Helaas kwamen we deze dagen er ook achter dat de politie in Kazachstan corrupt is… een dubbele doorgetrokken streep oversteken dat mag dus niet! Zelfs niet als de weg naar je hostel daardoor korter is. Zonder papieren op zak werden we aan de kant gezet. Gelukkig was het vlakbij het hostel dus kon een van ons de papieren halen. Al gauw werd er door de politieagent een bedrag aan Bjorn genoemd van 300 U$ dollar en als we dat betaalden konden we gaan, zo niet dan werd voor 2 jaar het rijbewijs ingenomen en ook de motor in beslag genomen. De vraag werd hoeveel het was in lokaal geld. Dat was 44.000, omgerekend 175 U$ dollar, tsja helaas voor de agent kregen we door dat hij aan het bluffen was. Dus zeiden we dat we geen geld hadden, maar alleen een bankkaart. Dan maar mee naar de pinautomaat vond de agent. We vonden het prima, maar dan wilden we daarna wel mee naar het politiebureau om te betalen en te vertellen aan zijn baas welke bedragen hij van ons wilde hebben. Mee naar het bureau dat vond de agent geen goed idee. Hij begon grapjes te maken en Nederlandse voetbalspelers op te noemen en daarna konden we gaan met de waarschuwing dat we het nooit meer mochten doen. Ja meneer de agent, tot ziens!
Almaty was fijn, maar na een week hadden we het wel gezien en toen onze motoren beiden stonden te shinen op hun nieuwe banden werd het tijd om weer richting Kirgizië te rijden en dit maal richting de hoofdstad Bishkek. Daar zou na het weekend Independence Day gevierd worden, de 31ste van Augustus. Tijd voor een lokaal feestje!

Puur natuur

Op naar de bergen! Dat was ons eerste motto toen we in Kirgizië aankwamen. We hoorden dat het zuiden vlakbij Tajikistan erg mooi zou zijn en dat we daar een 7000er van de Pamir bergen konden zien liggen, Peak Lenin. De weg er naar toe was al een cadeautje nadat we in Oezbekistan veel vlak landschap hadden gezien. Ook het eerste lokale gerecht Kesme, een gevulde soep met rijst, verse groentes en vlees, smaakte super na 3 weken sjasliek en kebab. Halverwege de route vonden we een mooie plekje om wild te kamperen, zodat we de volgende dag naar de plek konden rijden vanwaar we de bergketen konden bereiken.

Vanaf het dorpje, Sary Mogul, was het ongeveer anderhalf uur off road naar het eerste ‘yurt’ (herderstent) kamp, waar we onze motoren neer konden zetten en konden beginnen aan onze 6 uur durende hike richting de gletsjer. We hadden erg veel mazzel met het weer en het was een prachtige route. Af en toe waren de hellingen vrij steil vanwege het smeltwater wat allemaal gedurende de lente naar beneden komt, maar af gezien van dat was het goed te doen en bereikten we zo’n hoogte van 4100m.
Na de hike op naar het volgende kamp, Tuiuk Canyon, waar we naast de yurt van de locals konden kamperen. We werden verwelkomd door de lokale kindertjes op ezeltjes en konden na het opzetten van de tent aanschuiven voor een goede maaltijd. Gedurende de nacht was het flink koud vanwege de hoogte (3500m), maar met onze thermokleding en slaapzakken konden we het redelijk warm houden. De volgende dag nog een mooie hike gemaakt in het andere dal en toen weer terug richting Sary Mogul om vervolgens weer richting de stad, Osh, te rijden. Daar 2 nachten gebleven, wat van de stad gezien en plannen gemaakt om richting het noorden en oosten van Kirgizië te reizen.
Onze volgende stop was het dorpje Arslanbob, blijkbaar bekend vanwege zijn grote walnootplantages en watervallen. Door de watervallen bleek het ook een lokale trekpleister te zijn! Rondom de watervallen hadden ze een soort kermis en braderie gebouwd waar tientallen locals hun spullen verkochten en anderen naar toe kwamen als een ‘daguitje’. We maakten een hike richting de watervallen, maar je scheen er ook met lokale busjes en 4WD’s naar toe gebracht te kunnen worden wat een act op zich was. De bestuurders scheurden de wagens over de onverharde wegen waardoor iedereen door elkaar werd geschud en er kwam een soort trance muziek uit de boxen, zodat het net leek alsof ze in een videogame zaten. Gillend van plezier kwamen de locals aan op hun bestemming. Vervolgens op naar de watervallen waar kinderen hun vreugde niet op konden en ook stonden te gillen omdat ze nog nooit zoveel water naar beneden hadden zien komen. Voor ons een attractie op zich. Verder was het een mooie omgeving om te hiken. Helaas konden we in het gebied niet wildkamperen en eindigden we met onze tent bij een local in de tuin, wat ook wel weer wat had tussen de kippen en ganzen.
Daarna op naar het oosten van Kirgizië waar het grote meer Issyk Kul ligt en waar we van plan waren een paardentocht door de bergen te gaan maken. Maar eerst nog een nacht in de bergen bij het Toktogul reservoir geslapen, waar we een aantal locals ontmoetten, die de volgende dag naar een bruiloft zouden gaan. Met elkaar ’s avonds aan de wodka en verhalen uitgewisseld, wat een gastvrije mensen! Ze kwamen oorspronkelijk uit Bishkek, de hoofdstad van Kirgizië, en we waren welkom als we in de stad zouden zijn. Verder gaven ze ons tips over Kirgizië en raadden ze ons aan naar een zoutmeer te gaan vlak bij Issyk Kul lake. De volgende dag verder richting het meer, een off road weg van 180km lag op ons te wachten, maar was goed te doen. Uiteindelijk de eerste nacht bij het meer besloten we wild te kamperen. De volgende dag naar het zoutmeer en via de zuidkust van het meer richting het oosten naar de stad Karakol.
Bij Karakol hoorden we dat we goed konden hiken en paardrijden. We besloten eerst te gaan hiken en met onze motoren de bergen in te gaan volgens het informatie centrum bleek dit goed te doen te zijn. We vertrokken aan het eind van de middag en het was zo’n 20 km naar het yurt kamp. De weg bleek toch wel vrij lastig te zijn met los liggende stenen, diepe kuilen met water en veel modderige paden. Na 15 km begon het schemerig te worden en besloten we onze tent ergens op te zetten en de volgende dag de laatste kilometers te maken. De volgende ochtend startte helaas de Sertao niet… Dat werd off road aanduwen! Gelukkig vonden we een plekje tussen de modderige paden waar het lukte en we besloten terug te gaan naar Karakol om te kijken of we de accu nog een keer konden laten maken voordat we de motoren een grote beurt zouden geven in Almaty, Kazachstan.
We vonden een lokale garage waar ze een andere accu hadden en waar we onze oude nog een keer konden laten vullen met elektrolyt. De andere accu leek het goed te doen. De oude accu van de Sertao had z’n beste tijd gehad. We besloten de dag erna onze motoren even rust te geven en 2 dagen te gaan paardrijden, zodat we toch nog wat van het mooie gebied konden zien. Na 2 dagen heerlijk door de bergen gehobbeld, gingen we weer met vol goede moed op onze motoren richting Almaty en besloten nog een omweg te maken via Enilchek, omdat de route door de bergen prachtig scheen te zijn. Nadat we de afslag naar Enilcheck hadden genomen begon nog na geen 15km de accu van de Sertao te lekken. We stopten haalden de accu eruit en maakten snel alles schoon waar het zuur op had gelekt. Wat nu? Toch maar zo snel mogelijk naar Almaty om daar eindelijk een goede accu te laten plaatsen. Na de accu terug geplaatst te hebben viel de motor na 5 km rijden geheel uit… in the middle of no where! Tsjaa daar sta je dan… Dan maar de oude accu weer ophalen en de motor aanduwen, hopen dat ze ons Kazachstan in laten…
2 uur gewacht bij de Sertao en Bjorn terug gereden naar Karakol voor de oude accu kregen we de motor gelukkig met aanduwen met de oude accu weer aan de praat. Het was al laat maar we besloten naar de grens te rijden daar te kamperen en de volgende dag de grens over te gaan. We wisten namelijk niet hoe makkelijk ze daar zouden zijn. Aangekomen in het kleine dorpje bij de grens zochten we een plek om te kamperen. Al gauw werden we door 2 lokale jongens van 18 en 20 aangesproken en gevraagd of we in hun yurt wilden slapen. Het was een yurt waar hun moeder een kindergarten runde tijdens de zomermaanden voor kinderen uit het dorp vanaf 3 jaar. Die avond sliepen we tussen kleurrijke tekeningen en klei werkstukken van kindertjes uit het dorp.
De volgende ochtend vroeg op en na het ontbijt de Sertao aanduwen. Na een paar poging liep hij weer en we gingen richting de grens. Daar kregen we het voor elkaar de Sertao bij beide overgangen te laten draaien door uit te leggen dat de batterij aan het opladen was. Geen probleem wat jullie willen! Een stempeltje bij Kirgizië om eruit te gaan, een stempel bij Kazachstan en ff in de koffertjes kijken. Nog een laatste check bij de hoofdofficier en wat vragen waar we heen gingen. Owwja nog een vraag over de voetbal in Nederland en wat namen van spelers en vervolgens het eerste voetbalplaatje (jaja die hebben we mee!) uitgedeeld aan de eerste douanebeambte, hij vond hm geweldig! Na 30 minuten waren we klaar, heerlijk!
Welcome to Kazachstan, Hello!

Van stad naar politiepost…

De grens overgang van Turkmenistan naar Oezbekistan verliep redelijk soepel. Turkmenistan waren we zo uit, stempeltjes in onze paspoorten, formuliertjes werden voor ons ingevuld, onze laatste menats gewisseld voor Oezbeekse soms en we konden naar de Oezbeekse douane. Daar echter moesten we zelf de formulieren invullen en uiteraard waren deze alleen in het Oezbeeks of Russisch, helaas geen van beiden spreken/lezen we deze talen vloeiend. Gelukkig hing er een voorbeeldje in het Engels en konden we daaruit redelijk opmaken wat we moesten invullen. Ze wilden bijvoorbeeld weten wat voor elektronica we allemaal het land in meenamen en welke steden we gingen bezoeken. Na alles te hebben ingevuld, kwamen we in het kantoortje bij een douane beambte. We moesten onze telefoons laten zien en de medicatie die we bij ons hadden. Eerst de medicatie… 200 malariatabletten en voor 12 maanden anticonceptie pillen, de malariatabletten waren prima, maar de beambte verwonderde zich erover dat er een pil bestond die je als vrouw kon slikken en vervolgens niet zwanger zou raken na seks, echt heel interssant, er ging een wereld voor hem open! Vervolgens onze telefoons… Owjaaa of er geen porno op stond? Nou naar ons weten niet, maar helaas krijg je over de whatsapp tegenwoordig vaak genoeg dubieuze foto’s en filmpjes toegestuurd. De eerste telefoon, ja hoor het was raak, hij keek Bjorn meteen aan, is this yours? Nope it’s my girlfirend’s! Oké wederom een verassing voor deze beambte, een vrouw met pornoplaatjes/filmpjes op haar telefoon, die een pil slikt, zodat ze niet zwanger wordt, wat zal hij gedacht hebben? Bjorn was zo slim geweest al zijn dubieuze whatsapp plaatjes/filmpjes al te wissen voor Iran. De beambte wenste Bjorn veel succes en we konden Oezbekistan in gaan.

Off to Buxoro! De eerste stad waar we meteen het gevoel kregen dat we het sprookje van 1001 nacht in stapten. Mooie moskee’s, pleinen, bazaars met allerlei prularia (zelfs de toverlamp van Aladin was er te koop!) en gezellige eettentjes. We voelden ons hier meteen thuis. Ingecheckt bij een relaxt hotelletje waar we de prijs in dollars vroegen en vervolgens in Oezbeekse soms (dat was ons aangeraden) daarna richting bazaar om onze dollars zwart te laten wisselen tegen een hogere koers en zo goedkoper uit te zijn bij ons hotel, tsja als je een langere reis wilt maken en op die manier geld kunt besparen dan is het maar weinig moeite. We kregen een flinke stapel met monopoly geld in een plastic zakje mee en voelden ons een beetje Bonnie & Clyde. Vervolgens ergens een gezellig tentje op gezocht om te eten en besloten de volgende dag heerlijk te relaxen in het park en wat van de stad te zien.

Na wat rondgelopen te hebben door de stad, Bjorn’s schoen laten maken en onze website te hebben bijgewerkt in het park werd het tijd om wat te onderhandelen op de bazaar. De dag ervoor had Bjorn een mooie Sovjet tankhelm gezien en hij was bereid deze te kopen en dan weet je het wel als je de drang hebt dat je iets moet hebben dan ga je ervoor. Eerst onderhandelde hij tot dat de helm 2/5 van de gevraagde prijs was, maar er moesten ook nog dollars gewisseld worden… Met zijn mooie onderhandel kunsten wist hij én een goedkopere rate te krijgen om onze dollars te wisselen én de tankhelm vervolgens gratís mee te nemen. Toch voelden we ons een beetje schuldig tegenover de verkoper en liepen we terug om aan hem te vragen of het echt oké zo was. Jaa natuurlijk was het oké! Maar na 10 minuten kwam de verkoper achter ons aan op zijn fiets en bedacht zich toch ineens dat hij alleen de dollars had gekregen voor het wisselen, maar niet voor de helm. We gaven hem groot gelijk en vervolgens het bedrag voor de helm, even goede vrienden!

Met onze mooie souvenir besloten we terug te gaan naar het hotel en ons klaar te maken voor de volgende dag op naar Samarkand! Onderweg naar het hotel zagen we een jeep staan met Nederlands kenteken, dit bleken onze China matties te zijn, Annieke & Daan! Toevallig kwamen ze net aan in Buxoro en hadden ze wel zin in een biertje. Zo de avond met hun zitten drinken en reisverhalen uitgewisseld. Beiden super relaxt, China, dat zal straks een mooi avontuur worden!

De volgende ochtend op naar Samarkand! Onderweg eerst een aantal keer aangehouden bij politieposten, maar op vertoon van ons paspoort en het trekken aan de gashendel, zodat ze het mooie geluid uit onze motortjes hoorden, waren we good to go! Samarkand, wederom een stad uit 1001 nacht, maar iets moderner en groter. Na aangekomen in een relaxt guesthouse in de achteraf buurt besloten we de stad in te gaan om wat te eten. Toch een stuk verder lopen dan het centrum dan Buxoro! Iets verkeken op de afstand en met flinke trek belandden we uiteindelijk in een lokale eettent waar we een goed stuk kip kregen! De volgende dag om de hoek een ontbijt gehaald, somsa (gevulde deeg envelopjes), en de rest van de stad verkend. Helaas kreeg Bjorn buikgriep en waren we op tijd weer terug. Aan het eind van de middag kwamen onze China matties ook aan. Bjorn bleef rusten en we gingen met z’n 3en vlakbij het guesthouse een sjasliek halen.

De volgende dag was Bjorn nog niet sterk genoeg om weer op de motor te stappen en besloten we bij het lokale zwembad te relaxen. Nee niet als Nederland mooi blauw water en onderhouden, maar een wat vroeger mooi waterpark was geweest met glijbanen, nu een slecht onderhouden zwembad met groen water en glijbanen die in verval waren geraakt en niet meer werden gebruikt. Al met al de ligbedjes waren relaxt en een beetje zon deed ons goed.

Van het rustdagje knapte Bjorn weer goed op en we besloten de volgende dag richting noorden te rijden en te kijken of we misschien ergens ter hoogte van Angren, waar de bergen weer beginnen, een mooi wildkamper plekje konden vinden. Annieke en Daan waren waren ook weer toe aan een nacht kamperen en vonden het een goed idee. We besloten met z’n 4en op pad te gaan. Na wederom een aantal politieposten gepakt kwam we aan bij Angren, echter daar aangekomen waren de bergen nog niet echt aanwezig en we besloten een stukje verder te rijden naar een pas waar we overheen moesten misschien zouden we daar een mooi plekje kunnen vinden. Het bleek dat we in de Faragona vallei terecht kwamen via de pas, een vallei waar nog veel onrust is over welk stukje land van wie is tussen Kyrgyzstan, Oezbekistan en Tajikistan. Ook lazen we op dat moment in de Lonley Planet dat er overal nog mijnen lagen dus dat het niet verstandig was om in deze vallei van de wegen af te wijken. Een nachtje wildkamperen zat er dus niet in. Echter was het al donker geworden en het enige wat we langs de weg zagen waren restaurantjes. We stopten er bij eentje en de mannen gingen naar binnen om te vragen of we er konden eten en slapen. Ja hoor geen probleem! We kregen theebedjes aangewezen waar we eerst onze maaltijd konden krijgen en vervolgens de nacht op konden doorbrengen, helemaal prima!

De volgende ochtend besloten we naar het stadje Fargona te gaan en daar te relaxen in een hotel, daar waren we aan toe! We vonden een mooi hotelletje met zwembad voor de verkoeling, want in heel Oezbekistan was het rond de 40 graden overdag, en besloten daar de middag lekker te relaxen. Uitgerust en wel waren we allen toe aan bergen! Annieke en Daan zouden nog in Oezbekistan blijven, omdat ze later nog naar Tajikistan zouden gaan voor de Pamir mountains. Wij besloten de volgende dag naar Kyrgyzstan te gaan en te kijken of we richting het zuiden konden rijden om wat verkoeling op te zoeken in de bergen. De volgende dag richting grens, wederom een aantal politieposten meegepakt en een maal aangehouden in een stadje, omdat we daar toch wel iets te hard doorheen reden, helaas kon de beste man in kwestie het niet bewijzen en bleef het gelukkig bij een waarschuwing. Bij de grens verliep alles redelijk soepel.
Welcome to Kyrgyzstan!!


In vogelvlucht door Turkmenistan.

Zoals er vooroordelen over Iran zijn zo heersen die ook over Turkmenistan en deze dan met name onder de reizigers. Van de meesten hoorden we dat de mensen onvriendelijk waren en dat ze er in 1 dag probeerden doorheen te reizen met hun 5 dagen transit visum. We waren dus erg benieuwd en ook wel iets op ons hoede na Iran.

 

Voor de aanvraag van ons transit visum (een toeristen visum is bijna onmogelijk om te krijgen) moesten we een reisplan aanleveren met de bijbehorende hotelovernachtingen, omdat couch surfen en wildkamperen verboden is in Turkmenistan. We hadden een plan aangeleverd van Ashgabat (de hoofdstad) door de woestijn naar Kunya Urgench (in het noordwesten). Van vele reizigers hoorden we in Iran dat er erg weinig of vrijwel geen benzine op deze weg te krijgen is, terwijl het een rit van ruim 500km zou zijn. Op onze volle tanks kunnen we er max 300 halen… We besloten ons plan te wijzigen en bij de grens aan te geven dat we naar het noordoosten zouden gaan richting Turkmenabat, op hoop van zege dat ze het reisplan niet al te serieus zouden nemen. Gelukkig was dit niet het geval ook al stond er een andere uitreis grens op ons visum. Het enige wat ze wilden weten was welke route we namen en voor dat aantal kilometers moesten we een soort belasting betalen, omdat ook wederom in dit land de prijzen van benzine heel erg laag liggen (25 eurocent).

 

Wat ons meteen op viel bij de grens was dat de Turkmenen erg relaxte mensen zijn en ook wel houden van een grapje. De vooroordelen golden dus in ieder geval niet voor de grensmedewerkers. Na wat stempels en papieren en het betalen van de belastingfee wilden ze nog even in onze koffers kijken. De eerste vraag was waar we onze bazooka en heroïne hadden gestopt. Vervolgens zagen ze onze slaapzakken en vroegen of dat onze parachutes waren. Na wat gelach over onze spulletjes en het bewonderen van onze motoren mochten we gaan en reden we via een indrukwekkende weg door de bergen op de hoofdstad af, die blinkend in de avond zon lag te shinen door al zijn marmer en goud.

We vonden een hotel en kwamen daar Gio weer tegen. ’s Avonds gingen we samen in een lokaal tentje ons eerste biertje, na het alcoholvrije Iran, drinken met een gegrild stukje vlees erbij. De volgende ochtend besloten we het rustig aan te doen en naar het volgende stadje Mary te rijden op ongeveer 300km afstand. Eerst nog even onze Iraanse units gewisseld bij de bank voor Turkmeense menats en vervolgens nog even door de stad gereden om ons te verwonderen over de imposante gebouwen van marmer en goud. Een bizarre stad waar de rijkdom van het land goed zichtbaar is. Later begrepen we van locals dat het voor de meesten onbetaalbaar is om in de stad te wonen en dat er regels aan de stedelingen worden opgelegd, zoals dat ze alleen maar in witte auto’s mogen rijden en dat deze brandschoon moeten zijn.

 

Na de stad vervolgende we onze weg naar Mary en bezochten we onderweg nog de oude stad, Nisa, die vroeger deels op de plek van Ashgabat lag. Uiteindelijk aangekomen in Mary en ingecheckt in een hotel besloten we naast het hotel bij de lokale grill te eten. Daar werden we eerst raar aangekeken en niet geholpen, omdat het personeel ons niet verstond en alleen Turkmeens of Russisch sprak. We lieten ons niet uit het veld slaan en bleven staan en vroegen wederom naar een tafeltje. Vervolgens vroeg de serveerster aan het hele terras wie er Engels kon. Gelukkig stond er een iemand op die bereid was ons te helpen en voor ons eten bestelde. Voor we het wisten zaten we met 4 andere locals aan een tafel bier te drinken en lekker te eten. Ze vertelden ons over het leven in Turkmenistan en dat reizen bijna onmogelijk voor hen is, omdat ze geen visas kunnen krijgen. De enige manier waarop ze die mogelijk kunnen krijgen is als de ouders in het buitenland wonen of als ze het via Kazachstan proberen te regelen, maar dat is erg lastig en kost veel geld. De hele avond zaten we met elkaar buiten en vertelden we over onze reiservaringen en hun ervaringen en gebruiken. Ze waren erg enthousiast om toeristen te ontmoeten en stonden erop ons eten en drinken te betalen.

Na 11en gaan de restaurants en clubs dicht in Turkmenistan en wat de meesten dan doen is anderhalve liter flessen vullen bij de tap van het restaurant en vervolgens buiten op straat verder door gaan of in een illegale kroeg ergens buiten de stad. Dit maal waren wij aan de beurt om te trakteren en gelukkig namen ze het uiteindelijk aan. Nadat we eerst buiten met elkaar hadden gezeten op een stoepje en verhalen hadden uitgewisseld, kwam er vervolgens een vriend met z’n auto langs en opgepropt met z’n allen in de auto lieten ze ons de hele stad zien en uiteraard ook alle illegale barretjes. Vervolgens nodigde ze ons voor de volgende dag uit om samen naar een meer te gaan om te zwemmen en ’s avonds konden we blijven slapen. Helaas moesten we dit afslaan, omdat we de volgende nacht al een Airbnb hadden geregeld in Turkmenabat. Ook al was Mary niet de gezelligste stad om te zien, maar door de locals hebben we het als een fijne stad ervaren.

New ride

New ride

De volgende ochtend stapten we redelijk bij tijds op de motor, omdat het rond de middag toch wel erg warm wordt op de motor in Turkmenistan, de 40 graden wordt er gemakkelijk aangetikt. Eerst nog langs de oude stad Merve waar nog redelijk veel ruïnes te zien zijn en waar we met de motoren door een groep kamelen moesten rijden, omdat deze zo eigenwijs waren ook gebruik te maken van de geasfalteerde weg en hoezo aan de kant gaan, zij hadden toch voorrang? Aan het begin van de middag kwamen we aan in Turkmenabat en na wat gezoek in een wijk iets buiten het centrum kwam we aan bij een toch wel iet wat bouwvallen appartementengebouw. We werden vriendelijk onthaald door moeder en dochter. Binnen kwamen we aan in een echt vrouwen huis, zeer kitsch, maar modern, wat we niet hadden verwacht na het zien van de buitenkant. We bleken hun kamer te krijgen (waardoor we ons redelijk bezwaard voelden, maar wat voor hun vanzelfsprekend was) en na een douche en het wegzetten van een van de motoren bij de zus van de moeder, gingen we de stad in om te lunchen. Na lekker gegeten te hebben, mochten we ook wederom niet betalen voor ons eten en stond de eigenaar erop dat we de maaltijd van hem kregen.

’s Avonds zaten we met moeder, dochter en een vriendin, die goed Duits sprak bij hen thuis. Moeder had heerlijke traditionele envelopjes van deeg gebakken en we kregen verse watermeloen. De volgende dag zouden we Oezbekistan in gaan, maar beiden vonden we dat ergens toch wel jammer. Zo gastvrij en vriendelijk als de mensen in Turkmenistan zijn, hadden we nog maar weinig elders op deze manier meegemaakt, de vooroordelen klopten naar ons mening dus niet. De mensen die afstandelijk en iets onvriendelijk overkwamen, waren vooral de mensen die ons niet begrepen en geen Engels konden, maar bleken achteraf na wat moeite te doen alleraardigst. Voor ons gevoel ging Turkmenistan in een vogelvlucht voorbij en hadden we er zeker nog wel een aantal dagen willen doorbrengen, niet vanwege de bezienswaardigheden (die zijn er niet veel) maar vanwege de mensen, helaas liet ons visum dat niet toe. Als er zich ooit nog een mogelijkheid voordoet om door dit land te reizen, zullen we deze kans zeker pakken!


Iran: ja, wat vinden we daar nou van?

Te beginnen met wat weetjes:

  • Iran is een islamitische staat dat betekent dat alle vrouwen volgens de wet verplicht zijn een hoofddoek te dragen, ook toeristen. Verder wordt er verwacht dat de armen en benen bedekt zijn en er geen vrouwelijke vromen te zien zijn (vaak door het dragen van een jurk of grotere jas over de kleding).
  • Motoren boven de 250cc zijn illegaal, wat onze motoren van 650cc en 800cc dus een bezienswaardigheid maakten.
  • Vrijdag is rustdag en dan kunnen de Iraanse motoren met meer dan 250cc de weg op omdat ook de politie op vrijdag zijn rust pakt. Deze motoren worden illegaal geïmporteerd.
  • Speedlimit geld niet voor motoren althans de politie besteed er geen aandacht aan, overige verkeersregels: wie het snelste is gaat voor.
  • 1 liter benzine kost 0,33 eurocent
  • Opium is illegaal in Iran, maar wordt nog steeds de grens overgesmokkeld bij Afghanistan. Ook werden er vroeger tapijten geweven over het groeiproces en het gebruik van opium, echter worden deze niet meer geweven, omdat het verboden is. Er bestaan er slechts nog een aantal die verkocht worden.
  • De Perzische tapijten die in de steden worden geweven zijn van zijde en hebben een vrij ingewikkeld patroon. Degene die op het platteland worden geweven zijn van wol en hebben een simpeler patroon. Het maken van een groot Perzisch tapijt (ongeveer 5 bij 3) duurt een jaar. Daarvoor zijn 2 vrouwen nodig, nadat het patroon ontworpen is. Een vrouw om het patroon voor te lezen en de andere om het patroon te weven.
  • Het huwelijk gaat niet over rozen, maar over hoeveel de man een vrouw kan geven. Indien de man niet genoeg geld heeft in de ogen van de schoonouders wordt hij niet geaccepteerd. Helaas is er een grote werkeloosheid in Iran tussen de 25-35 jaar waardoor er veel minder getrouwd wordt.
  • Ga geen toeristische route nemen naar de grens, zodra je 10km van niemands land komt en nog een stuk langs de grens moet reizen om de overgang te bereiken, dan wordt je terug gestuurd
  • Mannen geven vrouwen geen hand bij een begroeting, maar meer een knikje. Verder worden vrouwen vaak buiten het gesprek gehouden wat betekende dat vooral Bjorn werd aangesproken
  • Als je vertelt dat je uit Nederland komt beginnen ze voor de verandering eens een keer over onze bloemen (flower country) in plaats van over wiet en daarna beginnen ze over voetbal en ons elftal.
Vanwege de vooroordelen die er over Iran zijn in de Westerse wereld gingen we met een soort van gezonde spanning richting de Turks – Iraanse grens. Op zo’n 200km voor de grens haalden we ineens een andere enduro motor in met Zwitserse nummerplaat die direct bij ons aanhaakte. Dit bleek Gio te zijn, een Iers/Italiaanse man die voor zijn werk in Zwitserland woont en 6 weken vrij had genomen om vanuit Zwitserland naar Mongolië te rijden. Dat is zo’n 14.000km in 6 weken… ofwel gemiddeld 350km per dag… elke dag… alleen… Respect voor de man!
Met z'n 3en onderweg!

Met z’n 3en onderweg!

Aangekomen bij het Turkse deel van de grens bleek de enige structuur te zijn dat het overal chaos is. Kilometers met busjes die staan te wachten voor de grens waar we met een rotvaart langsreden om bij het grenskantoor de motoren neer te zetten en de benodigde stempels te halen. Gelukkig is er altijd wel iemand die toch een woordje Engels spreekt en in 3 pogingen hadden we uiteindelijk alle benodigde stempels en documenten om met de motoren het land te mogen verlaten en ons geluk te gaan beproeven aan het Iraanse deel van de overgang.

Nadat Willie haar hoofddoek had omgebonden reden we 20 meter onder een bord door met voor ons onleesbaar schrift, het Iraans. Aldaar aangekomen werden we door 3 man Iraanse grensbewaking op een luchtige, maar toch imponerende wijze ondervraagd over land van herkomst, wat we in Turkije hadden gedaan, wat we in Iraan gingen doen, of we getrouwd waren en uiteraard wat we van de Turken vinden, wat we van de Iraniërs vinden en wie er beter zijn.
Omdat we besloten hadden dat we voor de gelegenheid gewoon maar getrouwd zouden zijn mochten we na de gebruikelijke “Robben, Van Persie, Sneijder” onze weg vervolgen, dat wil zeggen onze motoren 50 meter verderop zetten om binnen de hele papierhandel te gaan regelen. Iran was het eerste land waar we onze Carnets de Passages moesten laten stempelen. Een document dat fungeert als paspoort voor je motor en de lokale regering garandeert dat je je motor ook weer uitvoert, ten minste als je je EUR 3.000,- per motor graag weer terug wilt krijgen.
Een uurtje en een paar koppen chai (thee) later reden we met hulp van Hossein, onze gastheer van die avond die we vanuit NL hadden gecontact, het Iraanse land binnen. Aangekomen in de guesthouse van Hossein bleek dat we niet de enige toeristen waren. Naast onze Iers/Italiaanse vriend waren er nog 5 anderen die allemaal overland Iran door trokken, danwel per motor, danwel met een jeep.
20150723_011052

Ons bedje buiten

Na een gezellige avond met lokaal eten en shisha en een nacht op een houten bed in de buitenlucht was het tijd om verder te rijden, langs het zoutmeer van Urmia door naar het Zuid-oosten richting de stad Esfahan waar we goede verhalen over hadden gehoord. Eenmaal op de motor begonnen we toch wel te merken dat ze hier niet heel erg gewend zijn aan toeristen. 9 van de 10 auto’s en motoren vonden ons zo interessant dat ze het nodig vonden om naast ons te gaan rijden, ons dan in te halen en voor ons te gaan rijden, om vervolgens gas los te laten zodat wij er weer voorbij gingen, en dit een keer of 3 te herhalen. Of anders toch tenminste te toeteren en te zwaaien. Op het moment dat we stopten om te tanken, wat te drinken of even rustig van het uitzicht te genieten duurde het niet langer dan 30 seconden voordat de eerste mensen om ons heen gingen staan, aan de motoren en of helmen te zitten en er auto’s stopten om met ons op de foto te gaan.
Lake Uremia

Lake Urmia

Hoogtepunt van deze “geïnteresseerde nieuwsgierigheid” was in Bijar waar we waren gestopt om eten te halen en een slaapplek te zoeken. Binnen 1 minuut stonden er zeker 30 mannen om ons heen die het allemaal presteerden om in onze comfort zone te gaan staan. Niet erg fijn en nadat we 2 rolletjes kebab hadden weten te bemachtigen besloten we dan ook zo snel mogelijk deze stad weer te verlaten op zoek naar een andere slaapplek. Nadat we de 3 achtervolgende brommertjes hadden afgeschut vonden we na een minuut of 10 een verlaten stenen hutje zonder dak, midden tussen een boomgaard en een gemaaid tarweveld. Met enige terughoudendheid, het is toch een soort van tress passing in een wildvreemd land, besloten we in het huisje onze matjes en slaapzakjes neer te leggen om onder de blote sterrenhemel te proberen de slaap te vatten. Ondanks de blaffende waakhonden op de achtergrond en de steeds harder wordende koele wind was de nacht redelijk en konden we om 7 uur in de ochtend weer fris op de motor stappen om onze reis naar Esfahan te hervatten.
Wild kamperen

Wild kamperen

Daar aangekomen hadden we het na 2 nachten in de buitenlucht verdiend om in een normaal hotel te slapen en vonden we een heerlijke plek midden in de stad met parkeergarage voor onze fijne motortjes. Ook hier bij het inchecken uitgelegd dat het in NL normaal is dat de vrouw bij het trouwen haar eigen meisjesnaam behoud, zodat we samen een kamer met double bed konden krijgen en na een heerlijke frisse douche de stad konden gaan verkennen.
Esfahan is een prachtige stad met een erg prettige, bruisende sfeer. Zeker de moeite waard om te bezoeken! Het centrum wordt gekenmerkt door een brede rivier met daaroverheen een indrukwekkende brug waar de locals zich verzamelen aan het einde van de dag. In het verlengde van de brug ligt een drukke winkelstraat met daaraan gelegen een paleis met tuin, een park waar hard wordt gechilld vele winkels die met name zoete snacks verkopen. Want zoet daar zijn ze gek op! En niet te vergeten het grote plein met de imposante imam, moskeeën en bazaars die eromheen liggen.
Na 2 dagen stad was het tijd om weer op de motor te springen en de reis noordwaarts voort te zetten. Het zou een lange dag worden, van Esfahan door de woestijn naar Damghan. Een erg lange, maar indrukwekkende rit over goede wegen met daarnaast zand, zand en zand. Zo ver je blik reikt zand. Oh, en natuurlijk kamelen waarvoor uitvoerig wordt gewaarschuwd op de borden langs de kant van de weg.
Speedcontrol in de woestijn

Speedcontrol in de woestijn

Na ruim 600km de woestijn te hebben doorkruist kwamen we aan in Damghan waar een vriendelijk welkoms comité voor ons klaar stond. Het was de eerste keer dat we in Iran werden stopgezet door de politie, en het was niet direct onze beste ervaring met de sterke arm der wet; 2 mannetjes in uniform op een oude gare brommer die druk in hun portofoon aan het praten waren en niet de moeite namen om hun helm voor ons af te zetten. Na onze paspoorten te hebben gegeven werden we door de 2 dienders gedurende een minuut of 10 in het Iraans aangesproken waarbij de essentie van hun boodschap niet echt lekker bij ons doorkwam. Toen ze dat ook door begonnen te krijgen gaven ze de paspoorten terug en gebaarden ze ons om hen te volgen. Na een paar minuten achter hen aangereden te hebben stopten we bij een weg die de stad uit ging en ze gebaarden ons die verder te volgen en de stad te verlaten. In Damghan zijn ze niet echt gecharmeerd van toeristen kennelijk. Dus nog maar 200km verder doorrijden, een prachtige rit door de bergen en langs rijstvelden, naar het kustplaatsje Sari waar we tussen de Iraanse gezinnen onze tent konden opzetten om lekker op zeeniveau een zwoele nacht tegemoet te gaan.
Controle Damghan

Controle Damghan

Na een kleine week in Iran waren we veel ervaringen rijker en hadden we een goede indruk opgedaan van het land. Het feit dat de mensen zo nieuwsgierig zijn, Willie onder een hoofddoek moest leven en onze visumplanning voor de volgende landen vrij strak was heeft ons doen besluiten om het land via het Golestan national park te verlaten, een erg mooie rit met erg veel groen en de meest uiteenlopende landschappen.
Tijd voor het volgende avontuur: Turkmenistan!